Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abstracties zonder eonige historische werkelijkheid, daarna bleken de algemeen Gerraaansche wortels dat ook. Welke reden hebben wjj , om de Indogermaansche wortels voor reëeler aan te zien ? Toch niet deze , dat wij nu met onze kennis ten einde zijn en uit geene oudere talen tot nog oudere woordvormen en dus tevens tot nog oudere wortelvormen kunnen besluiten? Want er zijn immers andere talen , waaruit wij dat bij voortgezette studie misschien later wel zullen kunnen doen. Ook kunnen wij ons voorstellen, dat de talen, waaruit dat had kunnen gebeuren , in den strijd om het bestaan zijn ondergegaan Eindelijk kunnen de woorden van de grondtaal , die wij construeerden, in die grondtaal zelve reeds eene geschiedenis achter zich hebben, dio wij niet kennen, maar die ons, als wij haar kenden, tot het aannemen van andere wortels zou kunnen nopen. Men zal moeten erkennen, dat wij hier geene gezochte mogelijkheden te berde brengen, maar veeleer waarschijnlijkheden, en dat wij dus voorloopig ook de Indogermaansche wortels wel voor abstracties zullen moeten houden, in overeenstemming met de wijze waarop ze gevonden zijn.

Zoo althans dacht de man er over, die zeker het meest tot het afleiden der Indogermaansche woorden uit wortels heeft bijgedragen, A. F. Pott. „Wanneer er wordt beweerd", zoo drukt hij zich uit *), „dat de verbuiging in het Indogermaansch ontstaat door de achtervoeging van buigingsuitgangen achter de grondvormen der naamwoorden en de vervoeging door die van andero uitgangen achter den wortel of den stam, dan mag daaruit niet de onjuiste gevolgtrekking gemaakt worden , dat een wortel iets zou zijn, wat zelfstandig en onverbogen in do taal voorkomt of, voor er buiging was, in de taal voorkwam: er wordt slechts mee bedoeld, dat de grondvorm in alle naamvallen , de wortel in alle verbaalvormen vervat is als het gemeenschappelijk bestanddeel, hetwelk men met een wetenschappelijk doel door taalkundige analyse afzondert van hetgeen er in de werkelijkheid steeds mee verbonden is", m. a. w. „wortels zijn slechts ideëele abstracties , die de taalbeoefenaar noodig heeft, en die hij daarom, schoon zich zoo eng mogelijk aan de werkelijkheid aansluitend, uit de taal moet abstraheeren."

Daarentegen lezen wjj bij Max Muller: „Ik heb het er altijd voor gehouden, dat wie spreekt van wortels als van zuivere abstracties,

') A. F. Pott, Etymologische Forschungen, 2e Aufl. II 1 p. 106, 194.

Sluiten