Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnlijkheidsgronden, ook in verband tot hetgeen wij van de geluiden der dieren en den woordenschat der kinderen weten.

Zijn de wortels als woorden te beschouwen, dan moet men ze zich ook in bepaalden vorm en met eene eigene beteekenis voorstellen, Hoe nu stelt men zich den vorm het best voor? Zoo eenvoudig mogelijk, antwoordde reeds Becanus , omdat bij alles ter wereld het eenvoudigste het oudste is. Wat nu is het eenvoudigste taalelement, dat men zich denken kan , anders dan een enkele klank, d. i. een klinker of (reeds iets minder eenvoudig) de verbinding van klinker en medeklinker , dus in elk geval eene lettergreep.

Het eenlettergrepig karakter der wortels is door verschillende geleerden al eeuwen geleden op verschillende gronden betoogd. Zoo meende Vico, dat de taal wel met eenlettergrepige woorden moest begonnen zijn, omdat ook de kinderen in zulke woorden beginnen te spreken, niettegenstaande zij toch opgroeien in eenen kring, waar meerlettergrepige taal heerscht. '). Zoo dacht Adelujjg zich de oudste taal als eenlettergrepig, omdat het voor den natuurmcnsch voldoende moest zijn slechts eenmaal den mond te openen, om zijne geheele, eenvoudige voorstelling te uiten 2). Beter werd dezelfde gedachte uitgesproken door Vos Hcmboldt, toen hijzeide: „Bij de uitvinding der taal was een begrip niets anders dan een indruk in den monsch of van buiten af op hem gemaakt, en de door de levendigheid van dien indruk aan zijne borst ontlokte klank is een woord; maar is dat waar, dan kunnen niet licht twee klanken aan eénen indruk beantwoorden" 3). Ook G. Curtiüs is het daarmee eens: „als een bliksemstraal", zegt hij, „breekt do enkelvoudige voorstelling in eene klankverbinding door , die ook oogenblikke'.ijk moet opgevangen worden" *). Grimm, Bopp, Benfet, Schleicher, Steinthal, Ascoli Fick, kortom allen, die over deze quaestie eene meening hebben uitgesproken, verklaren zich voor den eenlettergrepigen vorm der

') G. Vico , Principi di una scienza nuova intorno alla natura délle nazioni, Napoli 1725, in de vertaling van Dr. W. E. Weber, Grundzüge einer Neuen Wissenschaft iiber die gemeinschaftliche Naturder Vülker, Leipzig 1822 p. 141. ') J. Ch. Adelung, Mithridates oder allgemeine Sprachenkunde I (Berlin

1806) Einl. p. V vlg.

•) W. von Humboldt, Veler die Verschiedenheit des menschliclien Sprachbaues (Gesammelte Werke, Berlin 1848) VI p. 386.

') G. Cui'tius, Zur Chronologie der indogermanisehen Sprachforschung '2e Aufl. Leipzig 1873 p. 23.

Dr. Jan te Winkel , Geschiedenis der Nederl. taal. 6

Sluiten