Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van oudsher bij een ander deel der woorden voorkwamen en zich tot in den historischen tijd wisten te handhaven. Ik denk daarbij o. a. aan de bij inademing gevormde klikklanken (claauements, Schnahlaute) der Hottentotten in vier verscheidenheden, lo. dentaal door inademing bij plaatsing der tong tegen de bovenste tandenrij, 2°. palataal door snel inademend terugtrekken der even voor de boventanden geplaatste tong, 3o. cerebraal, als de nabootsing van het geklok eener flesch , die ontkurkt wordt, door het bij inademing terugtrekken der tegen het verhemelte gedrukte tong, en 4o. lateraal of gutturaal, bij inademing met behulp van tong, verhemelte en zijtanden.

Over het oorspronkelijk geluid der klinkers hebben wij nog veel minder zekerheid. Dat a, i, u oorspronkelijker zouden wezen dan « en o werd vroeger (vooral naar Schleicher's systeem) aangenomen op grond van de klankteekens in Sanskrit en Gotisch; maar voor de Indogermaansche grondtaal wordt do afwezigheid van « en o nu met recht betwijfeld of zelfs ontkend. Dat de « en o reeds in de reeele wortels of grondwoorden voorkwamen, kan men natuurlijk niet ewijzen, maar ook het voorkomen van a, . en « in de wortels is zonder abstraheeren uit de Indogermaansche grondtaal voor geen bewijs vatbaar; ja, het is zeer denkbaar, dat de werkelijke wortels vocalen zullen gehad hebben, die ergens tusschen de later getypeerde a, i , u inlagen zonder e of 0 te zijn. Het aannemen van een grooter aan a wortelklinkers, dan de Indogermaansche grondtaal doet vermoe en, is niet gewaagder dan het aannemen van een kleiner getal, ja, als men aanneemt, zooals gedaan wordt, dat do oorspronkelijke mensch van nature een klinkend wezen was, op iederen indruk met eenen klank reageerend, is het zelfs wel waarschijnlijk.

Zeker moet er eens een tijd zijn geweest, waarin een geheele toonladder van klanken in de wortels werd doorloopen zonder dat de spreker z.eh daarvan bewust was, zoodat hij nu eens den eenen, dan den anderen klank voor hetzelfde woord gebruikte. Voor dien tijd kan men dus nog niet zeggen, dat de woorden hunne eigen klinkers hadden: zij werden slechts met stemtoon en open spraakweg uiigeracht. Hoe gaandeweg de klanken onderscheiden, getypeerd en aan bepaalde woorden toegekend werden, zal wel altijd een raadsel blijven. Daarmee zijn wij nu weliswaar tot het alleroudste tijdperk der taalontwikkeling gekomen, maar wie zich iets meer verlangt voor te stellen, dan de uit de Indogermaansche grondtaal geabstraheerde wor-

Sluiten