Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de drie hoofdbestanddelen, het onderwerp, het gezegde en de koppeling nog niet duidelijk onderscheiden gedacht werden, en waaruit zich de rededeelen ontwikkelden, niet een voor een, noch het een uit het ander, maar tegelijk" De substantiva zijn, volgens hem, niet gevormd van de verba, die dan eerst den wortelvorm weder hadden moeten aannemen, maar onmiddellijk uit den wortel, waarvan ook het verbum zelf eene afleiding is. De wortels kunnen niet anders geweest zijn, dan uitdrukkingen van concrete en totale aanschouwingen , die zoowel den werker als de werking insluiten. Er kan geen werkwoord hebben bestaan zonder dat er tegelijk eene benaming voor het subject bestond, dat is : zonder nomen of pronomen substantivum. Deze kunnen omgekeerd even weinig zonder verbum bestaan hebben ').

In zijne loochening van de prioriteit der verbaalwortels vóór de nominaal- of pronominaalwortels stemde Te Winkel overeen met Franz Bopp , die voor het Indogermaanseh twee klassen van wortels aannam. „Uit de eene, verreweg de talrijkste", zegt hij, „ontstaan verba en nomina (substantiva en adjectiva), die broeders, geene zonen van verba zijn, niet aan de verba ontsproten zijn, maar daarmee een gelijken oorsprong hebben. Toch noemen wij ze, ter onderscheiding en uit oude gewoonte, verbaalwortels. Uit de tweede klasse ontstaan pronomina, alle oorspronkelijke praeposities, conjuncties en partikels: wij noemen deze pronominaalwortels, omdat zij alle een pronominaal begrip uitdrukken, dat ook in de praeposities, conjuncties en partikels min of meer ligt opgesloten." Vos IIumboldt achtte het eene verdienste van Bopp , dat hij het eerst deze beide klassen van wortels had onderscheiden "), en de meerderheid der latere taalgeleerden, zooals b.v. Cuiuius, Scherer, Whitxey en anderen, heeft zich, althans met het oog op het Indogermaanseh , daaraan gehouden, ofschoon natuurlijk door den een wel eens wortels van de eene klasse naar de andere worden overgeplaatst , die de ander er liever in behoudt.

Max Müller heeft voor die beide klassen de beste namen gevonden: de eerste klasse noemt hij de klasse der praedicatieve, de tweede die dor demonstratieve wortels 3), en het beteekent weinig,

') Dr. L. A. te Winkel, Taalgids III (1861) bl. 11 vlg.

') VV. von Humboldt, t.a.p. p. 116.

') Max Müller, Selected Essays, London 1881, I p. 89 vlg.

Sluiten