Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taal scoltura greco-romana de beeldhouwkunst van Grieken en Romeinen , en ook wij volgen dat voorbeeld na en spreken van FranschDuitsche oorlog, Angel-Saksische letterkunde, Maleisch-Polynesische talen. Met dergelijke adjectieven geeft men te kennen, dat eene zelfstandigheid twee onafscheidelijk verbonden eigenschappen bezit of, wat de laatste voorbeelden aangaat, met twee als eenheid gedachte volken in betrekking staat.

Ook enkele samenstellingen van twee substantieven geven te kennen , dat ééne zelfstandigheid tot twee soorten van zellstandigheden tegelijk behoort. Zoo kent het Qrieksch de woorden Xiv.ó.vjp>tsvcq, avSpiyiivai; en het theologische SexvSpwrog, waaraan het Oudgermaansch *werowul/os (Ags. werewulf, NL weerwolf, man in wolfsgedaante), ons manwijf (bij ons alleen overdrachtelijk, in't Qrieksch ook letterlijk: man en vrouw in éénen persoon) en ons godmensch (d. i. van Christus gezegd, god en mensch tegelijk) beantwoorden. Met heeroom geven wij te kennen, dat wij in den pastoor den eerbiedwaardigen priester en den vaderlijken vriend tevens zien, en als wij het Lat. terra mater met de samenstelling moederaarde vertalen , bedoelen wij daarmee, dat wij de aarde ons tevens als de moeder van alles voorstellen. Wat oorspronkelijk bijstelling was is hier in de voorstelling één geworden met het bepaalde woord, evenals bij chou-fleur (d. i. de kool, die tevens bloem schijnt).

Die bijstelling gaf soms de soort te kennen, waartoe eenige zelfstandigheid gerekend werd. De muil is een ezel: men vormde, om dat duidelijk te kennen te geven, dus het woord muilezel; do wal werd voor eenen visch gehouden : men smeedde dus de samenstelling tcalvisch. Vóór struthio werd ter verduidelijking (naast de ook in het Latijn overgenomen Grieksche samenstelling ?TpsiiSisy.x,uri\;<;) avis (vogel) gevoegd, en in het Spaansch ontstond daardoor de samenstelling avestruz, in 't Fransch autruche, dat slechts met moeite als samenstelling te herkennen is.

Onze vroegere letterlijke vertaling vogelstruis werd door verandering der woordvolgorde (struisvogel) tot eene ware samenstelling, want in 't Nederlandsch , zooals in alle Germaansche talen, wordt de naam der soort achteraan en die van de zelfstandigheid , die het geheele woord tot eenen naam van een onderdeel der soort maakt, vooraan geplaatst. Datzelfde verschijnsel treft men trouwens ook in de meeste Indogermaansche talen aan: in het Sanskrit evengoed als in het Latijn, dat echter betrekkelijk arm aan samenstellingen is. Toch vindt men

Sluiten