Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oudste samenstellingen moeten verbindingen geweest zijn van twee woorden in den stamvorm , ofschoon later opnieuw die samenstellingen zelf leden eener nieuwe samenstelling konden worden; doch in het Indogermaansch bleven zij toch haar tweeledig karakter behouden. De agglutineerende talen daarentegen hebben het beginsel van samenstelling veel meer ontwikkeld en onderscheiden zich van de Indogermaansche door liet verbinden van meer dan twee, ja van talrijke woorden , of m. a. w. door het vastplakken van woordenreeksen : de eenige wijze van woordvorming, die deze talen kennen, hetzij zij zooals het Oeral altaïsch, de bepalende woorden achter aan, hetzij zij, zooals de Kaffertalen , deze voor aan het hoofdwoord vastplakken. Een voorbeeld van achtervoeging levere ons het Majyaarsch. All beteekent daar „staat", dll-it „doet staan", dll-it tat „laat doen staan", dll-it-tat-hat „kan laten doen staan" en dll-it-tat-hat-ok „ik kan laten doen staan" 1).

Een andere vorm van samenstelling in de agglutineerende talen is de incorporatie of het opnemen van een woord in het lichaam van een ander. Het Majyaarsch levert er slechts één enkel type van in vdr-l-ak (ik wacht u), naast vur-ok (ik wacht), maar het aan de taal der Hongaren verwante Ostiaksch onderscheidt er zich door „Ik snijd" is in die taal eutlem , „ik snijd het" eutli le-m. Ook het Baskisch incorporeert en zoo ook vele Amerikaansche talen, zooals o a. de Mexicaansche Nahuatl taal, waarin ui-kak tsiwa letterlijk beteekent „ik schoonmaak".

Geheel vrij van die incorporatie zijn ook do Indogermaansche talen niet, want waardoor verschilt „ik schoonmaak" eigenlijk van't t ransche je maintiens, het NI. ik handhaaf en ik beeldhouw anders dan door onze gewoonte om hot, eigenlijk proclitisch met het werkwoord verbonden , voornaamwoord er in het schrift van los te maken. Wel moet men erkennen , dat eene dergelijke incorporatie van het object in het Fransch (behalve als pronomina object zijn) al even zeldzaam is als bij ons. Met recht mag men voor 't Grieksch ook incorporatie noemen , wat de Grieksehe grammatici gewoon zijn met den naam van tmesis (snijding) te bestempelen. Wanneer men bij Homerus leest: „ivd'oJvsv 'éyj'jzv" (= in-nu-wijn-schonk zij) of y.pxTc,eiv S'êrl fiföev ïrz\Xt (=. en een krachtig toe-woord voegde hij), is er wel

') Ontleend aan Dr. Alex. Gies3wein, Die Hauptprobleme der Sprachwissenschaft, Freiburg i/iJ. 1892, p. 16,

Sluiten