Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als samenstelling en niet als twee naast elkaar geplaatste woorden deed kennen. Nu echter die klemtoon bij hoogeschool, koudvuur en stadhuis eenmaal veranderd is, draagt hij er toe bij, om die woorden als samenstellingen te handhaven. Voor eenen Hollander zou stadhuis met den klemtoon op stad niet meer het raadhuis zijn, maar veeleer eene nieuwgemaakte samenstelling om een huis in de stad aan te duiden.

Werkwoorden, die met bijwoorden samengesteld zijn, of liever, daarmee eene syntactische agglutinatie vormen, zooals zij trouwens reeds in het oudste Germaansch deden, trekken daarom ook bij ons, tegen den algemeen Germaanschen regel, het accent op het werkwoord terug, zooals bij overvallen, voorzién, weerstddn, want die het niet doen, worden in de vervoeging weer van elkaar gescheiden en heeten bij ons daarom scheidbaar samengesteld. Met recht worden zij onder de zeer oneigenlijke samenstellingen gerangschikt, want het zijn woordverbindingen, waarbij de syntactische samenhang der deelen nog gevoeld wordt. Gaat dat gevoel, door verandering van beteekenis, langzamerhand verloren, dan verplaatst zich — bij den infinitief, waar de beide deelen in den regelmatigen vorm op elkaar volgen, wel het eerst — de klemtoon naar den werkwoordelijkcn stam en houdt men op, de deelen in de vervoeging te scheiden. Historisch blijven zij daarom met minder oneigenlijke samenstellingen , maar voor het taalgevoel zijn zij eigenlijke samenstellingen geworden. Aanbidden is tegenwoordig bezig van de eerste tot de tweede klasse over te gaan, want het accent is reeds op bidden teruggetrokken : tegenover ik aanbid wordt ik bid aan meer en meer zeldzaam, maar het deelwoord is nog uitsluitend udngebeden. Dat dergelijke overgang bij de werkwoorden voortdurend plaats heeft, leert ons eene vergelijking van ons tegenwoordig Nederlandsch met dat uit vroegere eeuwen, en ook met de verschillende dialecten (ik wijs slechts op het Vlaamsch en het Groningsch), die ten opzichte van menig werkwoord op een ander standpunt staan, dan de Nederlandsche beschaafde spreektaal en schrijftaal. Hoe verandering van beteekenis en gebruik zulke oneigenlijk samengestelde werkwoorden tot schijnbaar eigenlijke samenstellingen maakt, blijkt duidelijk uit hunne deelwoorden, die het accent op den werkwoordelijken stam terugtrekken zoodra zij adjectieven geworden zjjn. Neemt een man van nature, dus geregeld, ieder voor zich in, dan heet hij een innémend man.

Sluiten