Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de in het Mnl. nog gebruikelijke plaatsing van het adj. achter het bepaalde subst. nu in onbruik is geraakt. Bij vaderlief heeft men zelfs met de overdrachtelijke beteekenis van „slaapmuts" te doen. Indien tenzij (— het en zij) het ontkennende en door het enclitisch karakter van H niet langer gehandhaafd had, dan het algemeen spraakgebruik wilde, en indien het weglaten van het voegwoord dat er geen voegwoordelijk karakter aan gegeven had, zou men tegenwoordig tenzij niet als samenstelling opvatten, zooals men nu wel moet doen. De uitdrukking als het u belieft is een zin van vier woorden; daarentegen is astjeblieft, ook geassimileerd tot asjeblieft eene syntactische agglutinatie. Waaruit blijkt dat? Men bezigt het tegenover iemand, dien men nooit met het gemeenzame je zal toespreken. "Wie da uitdrukking nog niet als één geheel opvat , maar haar onder het uitspreken in hare deelen ontleedt, zal onwillekeurig geneigd zijn, haar tegenover eenen hooger geplaatste door als het u belieft te vervangen. Ook is zij kenmerkend Hollandsch, want in streken, waar de volkstaal je niet kent — en dat zijn de meeste streken van ons land — hoort men haar niet, of

b.v., zooals in Groningen, in dezen vorm: als mijnheer blieft, en dan heeft zij niets van eene woordkoppeling.

Door niets wordt de verbinding van twee woorden zoozeer tot eene samenstelling gestempeld, als door de klankverandering, die zij onder den invloed van die verbinding soms hebben ondergaan. Zoo werd in 't Latijn primceps tot princeps, jusdex tot judex, medidies tot meridies , navifragiutn tot naufragium, aviceps tot auceps. Zoo komt van bene facere een subst. beneficium met i uit a, welke alleen in samenstelling voorkomt en die dus öf eene andere samenstelling beneficere veronderstelt, waarvan beneficium dan afgeleid zou zijn, of bij de vorming van het substantief zelf het bewustzijn, dat samenstelling van nature den overgang van a en i met zich bracht. Partikels vooral veranderen vóór aan de woorden door assimilatie: com, in en per worden col, il en pel vóór l, bv. colloquium voor comloquium , illusio voor inlusio, pellicere voor perlicere ; com en in worden cor en ir vóór r; bv. corrigere voor comrigere, irritare voor inritare/ soms ook wordt sub tot sur , bv. bij surrogare voor subrogare; overigens assimileert de b van ob en sub met de volgende

c, ƒ en p, bjj sub ook met de g. \66r b, p, m wordt in tot im. Eene zelfde reeks van wijzigingen der partikels vóór aan de daarmee samengestelde werkwoorden zou men ook voor het Grieksch

Sluiten