Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op verward gekrabbel overgodragen), tingtang , tjingeltjungel (ook als subst.: de naam van eene erbarmelijke piano), tiktak of triktrak (ook in t 1 ransch de naam van het verkeerbord), piefpafpoef, enz.

In navolging van deze klanknabootsingen heeft men ook andere, reeds in do taal bestaande woorden met klankwisseling gaan herhalen en spreekt men van Itjlafjeu, klinkklank, mistnas, strikstraks (bij Bredero o.a.), viezeeazen, wipwap, wirwar, zingzang, enz.

Ofschoon niet ontkend kan worden, dat dergelijke woorden bij spaarzaam gebruik iets schilderachtigs aan de taal kunnen geven en daarom ook wel bij dichters worden gevonden, begrijpt men licht, dat zij betrekkelijk weinig gevormd en nog minder gebruikt zijn door de volken, die de Indogermaansche talen hebben ontwikkeld en die hun geestelijk overwicht over andere volken stellig ook, misschien wel grootendeels, te danken hebben aan hunne zucht tot verstandsontwikkeling en hunnen afkeer van klinkklank.

§ 4 Woordvorming door afleiding.

Woordvorming door samenstelling heeft niet alleen plaats gehad in de historische periode der taal, maar reeds eeuwen en eeuwen vóór die periode, ja, de oorsprong der samenstelling voert ons terug naar dien duisteren tijd, waarin wij wel genoodzaakt zijn , iedere onderscheiding tusschen wortels en woorden te laten vervallen. De oudste samenstellingen moeten wel uitsluitend gevormd zijn door twee klanken of klankverbindingen, die wij, met het oog op onze tegenwoordige talen, niet anders dan wortels kunnen noemen, en , hadden wij gelijk met in eene vorige paragraaf praedicatieve en demonstratieve wortels te onderscheiden, dan zullen het misschien meestal samenstellingen van een pracdicatieven met een demonstratieven wortel geweest zijn; maar zich daarin te verdippen, schijnt mij, althans nu nog, een ondankbaar en onvruchtbaar werk.

Is het waar — en wij moeten het wel gelooven — dat alle wortels eenlettergrepig waren, dan mogen wij in alle meerlettergrepige woorden, die ons uit den historischen tijd overgeleverd zijn, samenstellingen vermoeden. In de jongere talon zijn die meerlettergrepige woorden dikwijls weer zóó afgesleten, dat zij eenlettergrepig geworden zjjn: in de oudere met de onze verwante talen is een eenlettergrepig woord eene zeldzaamheid. Alzoo.. . bijna alle woorden der niet monosyllabische talen (zooals het Chineesch) waren reeds

Sluiten