Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrift dus de verandering der woorden nog niet zoo belemmerde, als in later tijd!

Ook in vrijheid hebben wij met eene samenstelling to doen. Het eerste lid is nog bekend, maar het tweede is als afzonderlijk woord evenzeer buiten gebruik geraakt als looft of loft van bruiloft. Toch was het oens een zelfstandig woord , dat als zoodanig nog voorkomt in 't Os. als hêd, in 't Ags. als had, in 't Ohd. als heit en in 't Got. als haidus, met de beteekenis „toestand, stand, waardigheid, manier." Vrijheid beteekent dus „de vrije toestand" en is eene verholen samenstelling evengoed als bruiloft.

Toch geeft onze grammatica ')— en terecht— er gewoonlijk een anderen naam aan: zij heet vrijheid een „afgeleid" woord en noemt heid niet het tweede lid der samenstelling, maar eenen „afleidingsuitgang" (suffix). Waarom? Omdat looft of lof t behalve in bruiloft geheel uit de taal verdwenen is , evenals gom van bruigom en balg van blaasbalg, maar heid nog een levend bestanddeel is van de taal en, schoon nooit meer afzonderlijk voorkomend, gebruikt kan worden als middel van woordvorming. De eenigszins vage, abstracte beteekenis, die het woord had aangenomen, maakte het daartoe geschikt. Het kwam in de 10de eeuw , toen het nog als afzonderlijk woord leefde, bij zoovele samenstellingen als tweede lid voor, dat men in navolging daarvan bleef voortgaan er andere samenstellingen mee te vormen , ook toen het als afzonderlijk woord lang buiten gebruik was geraakt. Het hield nu natuurlijk op eene eigene beteekenis te hebben , maar wijzigde altijd op dezelfde manier de beteekenis van die woorden, waarmee het werd samengesteld. Wijsheid wijzigde het begrip wijs op dezelfde manier als vrijheid het begrip vrij, en wie tegenwoordig nog nieuwe woorden met heid zou willen maken op de gebruikelijke manier, d. i. van adjectieven (want van substantieven zijn zij zeldzaam), zou door ieder dadelijk begrepen worden. Zoo is dan ook in de laatste jaren mooiheid gemaakt op het voorbeeld van schoonheid en zou men bv. pimpelpaarsheid gerust kunnen vormen naar analogie van witheid.

Hetzelfde wat van heid geldt, geldt ook van schip, dom, aard (d.i. hard), baar, zaam, lijk en het samengestelde achtig (d. i. haf tig). Al die afleidingsuitgangen zijn in eene vroegere historische

') Eenige Duitsche grammatici volgen echter nog Jacob Grimm, die deze afleidingen in zjjne Deutsche Oranmatik onder de composita opnam.

Sluiten