Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden, die het als voorvoegsel bezitten, misschien nog echte samenstellingen te noemen. In wangunst, wantrouwen, enz. echter hebben wij geene samenstellingen meer, maar afleidsels met het als woord buiten gebruik geraakte en dus voorvoegsel geworden wan, dat echter in 't Gotisch (wans — ontbrekend) nog gewoon adjectief is, en zelfs nog in 't Ohd. Ags en Os. In sommige woorden zou tvan ook uit wam verbasterd kunnen zijn : althans een Ags. Os. wam (vuil, snood) komt voor in de samenstelling: Os. wamdad, Ags. wanulaed, die wel identisch met ons wandaad zou kunnen zijn.

Een ander nominaal voorvoegsel hebben wij bij aartsbisschop, aartshertog, aartsvijand en ook bij adjectieven als aartsdom, aartslui. Dat echter is geen oorspronkelijk Germaansch voorvoegsel, maar aan het Grieksch ontleend in navolging van Fransche woorden als archevéque, archiduc, en jongere als archifou, archivilain, enz. De oude beteekenis van dat Grieksche apyj was „de voornaamste," eigenlijk „de heerschendeen het hangt samen met archos in monarchos („alleenheerscher"). Behalve dit is in 't Fransch ook nog wel een enkel naamwoord voorvoegsel geworden, zooals de Latijnscho ablatief vice, die zelfs in den ongeschonden vorm, waarin men hem later weer heeft ingevoerd bij woorden als vice-roi, vice-amiral (dat ook wij overnamen) voorvoegsel mag genoemd worden , omdat hij als afzonderlijk woord in 't Fransch niet meer wordt gebruikt, maar dio ongetwijfeld voorvoegsel is in den ouden verminkten vorm, waarin wij hem aantreffen bij vicomte , vidame.

Niet zelden is het gebeurd, dat een voorgevoegd woord ook als afzonderlijk woord in de taal is blijven voortleven, maar in de samenstelling zoodanig is afgesleten, dat het zonder historisch onderzoek niet meer als hetzelfde woord herkend kan worden. In dat geval mag wat oorspronkelijk samenstelling was met recht afleiding gonoemd worden , indien ten minste het voorvoegsel aan dezen algomeenen regel der afleidingsklanken voldoet, dat het op het voorbeeld van bestaande afleidsels gebruikt wordt of werd om er nieuwe moe te vormen. Zoo leeft minus in 't Fransch als woord voort onder den vorm moins , maar als voorvoegsel onder den vorm més of mé b.v. bij mésalliance, mésaventure, mé fait, mépriser, médire. Zoo bestaat malitm als woord in den vorm mal, maar als voorvoegsel in den vorm mau b.v bij maudire. Zoo kent het Fransch nog in gewjjzigdo beteekenis de praepos. trans als het bijwoord trés, maar als voorvoegsel bleef het, evenals reeds in 't Latijn, tra bij traduire,

Sluiten