Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als woordvormend partikel van naamwoorden dienst doet, evenmin in de oorspronkelijke beteekenis van „samen" als in jongere en vagere beteekenissen. Alleen met het suffix te of een participialen uitgang samen kunnen wij Nederlanders het nog als middel van woordvorming bij naamwoorden bezigen. Was het Ags. met de verminking van dit voorvoegsel andere talen voorgegaan, zoodat het daar in den oudsten tijd reeds uitsluitend ge luidde, de nakomelingen der Angelsaksen hebben het geheel verloren en zelfs in versteenden vorm is hot in het Engelseh uiterst zeldzaam Alleen in bijwoorden als enough (Ags. genoh) en samenstellingen als handiwork (Ags. hondgework) vindt men het met moeite terug. Ook uit het Friesch is het zoogoed als vèrdwenen en in vele NederdTuitsche tongvallen bleef het slechts als toonloozo e voortbestaan, die uit eene oudere i kan zijn voortgekomen , zooals men die o a. nog vindt in het middeleeuwsch Westvlaamseh bij woorden als iselle (= gezel), ilach (= gelag), ilike (= gelijk), iseit (= gezegd) enz. Gevoegd voor woorden, die met eenen klinker aanvingen , verloor het allicht ook in andere Germaansche talen de e en werd het dus door de samentrekking van twee lettergrepen tot éóne onherkenbaar, zooals bij ons gunnen (ook Hgd. gönnen) voor een ouder Mnl. geonnen, waarnaast in 't Vlaamsch jonnen voor ionnen, en door syncope van de oorspronkelijke begin-/; bij onguur, Hgd. nog ungeheuer, waarnaast in't Mnl. nog de bijvorm ongehier voorkwam. Voorwoorden, die met liquidae of nasalen aanvingen , is in 't Hgd. (ook reeds in 't Ohd.) de e dikwijls uitgestooten, zooals bij glaube, gleich, glück, gnade, enz. Ook in 't Mnl. komt dat voor, maar in ons Nederlandsch misschien alleen bij glimp en grif, waarover echter nog niet allen het eens zijn.

Met hot voorvoegsel le ging het soms als met ge. Voor klinkers viel de e weg bij boven (Os. bi-obhan, vgl. beneden), binnen (uit *bi-innan) buiten (uit *bi-utan\ bxng (uit Hi-ang) en waarschijnlijk ook bij b .rmhartig (vgl. Got. nrmahairts, Ohd. armherzi)\ in 't Mnl. ook nog bij bachten (uit *bi-aftan) en bij verscheid'eno woorden voor de onuitgesproken h, als hagel (voor behagel), bendicheit (voor behendigheid), boef (voor behoef, d.i. behoefte) enz. Syncope der e voor l kennen wij nog bij blijven (ook Hgd. bleiben, maar Ohd. biltban, Os. bilibhan, Got. Uleiban), blusschen (voor belusschen of lelesschen) en blok voor belok (Ohd. biloh), dat in 't Mnl., als omheining (vgl. ons blok land = afgesloten akker), gevangenis en werktuig om gevangenen vast te houden, voorkomt!

Sluiten