Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 5. Klankverandering.

Met de ontwikkeling van het menschelijk geslacht is de taal niet alleen telkens en telkens weder door samenstelling en afleiding met nieuwe woorden verrijkt, zoodat uit enkele woordkiemen duizenden, ja honderdduizenden woorden zijn gegroeid; maar bovendien zijn de oudere en zelfs een groot deel van de nieuwgevormde woorden allengs meer en meer van gedaante veranderd. De klanken, waaruit zij bestonden, hebben zich langzamerhand min of meer gewijzigd , soms zelfs dermate , dat tusschen den oudstbekenden en den jongsten klankvorm geen enkel punt van overeenstemming meer is overgebleven. Een voorhistorische vorm penqe, nog herkenbaar in 't Grieksche xïjti. en 't Latjjnsche quinque, zelfs in 't Fransche cinq, heeft in 't Gotische fimfen het Hoogduitsche fiinfreeds geen anderen klank dan de toch nog eenigszins gewijzigde nasaal overgehouden, en in 't Eng. fice, NI. vijf zelfs die niet meer. Een voorhistorisch kmtóm heeft in het Latijnsche centum (uitgesproken als kentom) nog maar weinig verandering ondergaan , maar reeds meer in het Grieksch i-KXTcv, doch geheel onherkenbaar is het geworden in het Gotische hund, NI. hond(*erd) en in het Sanskrit sjatdm, Litt. szinitas; en eene menigte andere, even sterk sprekende, voorbeelden ligt voor het grijpen.

Van de klankwijzigingen, die do beide als voorbeelden aangehaalde woorden allengs hebben ondergaan, vallen slechts zeer enkele (b.v. van funf tot vijf, van hund tot liond-erd) misschien nog in den historischen tijd: alle andere hebben reeds in voorhistorischen tijd plaats gehad, zij het dan ook meerendeels nadat het volk, dat de Indogermaansche talen sprak, zich in verscheidene afzonderlijke volken had gesplitst, die ieder op zich zelf weer nieuwe volkengroepen vormden. Enkele klankveranderingen dagteekenen waarschijnlijk reeds uit nog veel vroegeren tijd , toen de eenheid der Indogermanen nog niet geheel verbroken was, zooals do overgang der palatale k van kmtóm tot eene gutturale eenerzijds en tot eenen ,<y'-klank (palatale spirant) andererzijds '), of — want ook zóó kan zich dit verschijnsel hebben toegedragen ') — de splitsing der gutturale k in gutturale tenuis en palatale spirant eenerzijds en de handhaving van iedere gutturale k anderorzijds.

') Naar de voorstelling het eerst gegeven door Ascoli in zijn werk Fonologia comparata del sawcrito, del nrcco c del latino, Torino 1870 en door Aug. Fick in Die ehemalige Üpracheinheit der Indogermanen Europa's, Göttingen 1873, en later door anderen ontwikkeld.

M Naar de voorstelling van H. Hirt, Indoyermunische Forschunyen VI (1895).

Sluiten