Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het Grieksch, het ümbriseh en het Kymrisch (of Oud-Britsch) nu heeft zich die oe-achtige naklank met den keelklank Tan die velaar geassimileerd en daardoor is langzamerhand eene zuivere labiaal van dezelfde soort als de gutturaal, dus een ;>klank, ontstaan. Wij treffen dien dan ook aan in 't Gr. iré/xirTog (vijfde; in srém, vijf, vinden wij t en niet p, omdat in 't Gr. de q voor de palatale vocalen e en i in t is overgegaan, evenals de g» in d en do gh» in th; vandaar ook tegenover quatuor en quis in het Grieksch ri<T<rxpi<s en rtg met t), AeiVu, ïto/xixi', viicrbt; (gekookt) en rrtxp (lever). In 't Umbrisch vindt men o. a. petur (vier), pumpe (vijf) en pis (wie), en in 't Kymrisch petguar en pimp, tegenover cethir en cöic in 't Oud-Iersch, dat dus in dezelfde verhouding tot het Kymrisch staat, als het Latijn tot het Umbrisch, alleen de labialiseering weer verloren heeft.

Het tegenwoordig Germaansch staat deels op het standpunt van het Latijn, deels op dat van het Grieksch, Umbrisch en Kymrisch, wat de velare q betreft. Bevond de gelabialiseerde velaar zich in woorden, waarin ook eene eigenlijke labiaal voorkwam, dan schijnt die het vormen van den p-klank bevorderd te hebben; was dat niet het geval, dan bleef de velaar met naklank nog lang (zooals in 't Gotisch) om zich later tot de verbinding gutturaal -f- halfvocaal te ontwikkelen. Vandaar in 't Got. fulwor, fimf en enkele andere woorden met f (bv. wulfs) naast leihwan , saihwan, hwis en vele andere met eene gelabialiseerde h, die bij ons eerst hw, later in 't begin van de woorden w en in 't midden h werd en in 't laatste geval in den jongsten tijd verdween (vgl. leen, zien, wie).

Dat wij in 't Germaansch voor de Grieksche p eene f, voor de Latijnsche qu eene hw vinden, voert ons van zelf tot de reeds vermelde wet van Grimm terug. De vraag zou nu natuurlijk kunnen rijzen: is de Germ. f in dit geval uit eene Indogerm. p ontstaan of uit de Germ. hw, d. w. z. heeft do overgang van q tot p reeds plaats gehad vóór eene Indogerm. q algemeen tot eene Germ. hw moest worden , of eerst daarna. Verschillende redenen maken aannemelijk, dat de overgang van q tot hw reeds had plaats gehad vóór die q onder de voorouders der Germanen p was geworden , en dat dus de overgang van hw tot f in 't Germaansch geheel onafhankelijk is van dien van q tot p in de andere talen , m. a. w. dat het proces der labialisatie zich in verschillende talen heeft herhaald.

Sluiten