is toegevoegd aan je favorieten.

Inleiding tot de geschiedenis der Nederlandsche taal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot affricaten in het Arisch aan het volgen eener e, i of j toeschrijft, dat de overgang van e en ê tot a en d in het Arisch eerst in later tijd moet hebben plaats gehad.

Hoe men ook Germaansche klankveranderingen chronologisch vaststelt, leert o. a. de geschiedenis onzer woorden dringen, dingen (in voldingend) en (ge)dijen. Het eerste verschilt van de beide andere oorspronkelijk slechts in beginletter, zooals wij uit de overeenkomstige Gotische vormen threihan en (ga)theihan (spreek uit thrihan en gathihan) zien, die weder beantwoorden aan de Litauwsche woorden trenkti (stooten) en tenkü (heb genoeg), welke wat den stam betreft den Indogermaanschen vorm getrouw hebben bewaard.

De Gotische woorden , evenals ons gedijen, hebben dus, zooals blijkt uit het Litauwsch, uit NI. dringen, Os. thringan, NI. dingen, Os. thengian (= voltooien, voor *thavgian, met e uit a door umlaut) eene n vóór de h uitgestooten en daarbij , door wat de Duitschers vErsatzdehnung" noemen, de voorafgaande, eenmaal genasaleerde, vocaal verlengd, zooals steeds bij de verbindingen anh, inh en unh is gebeurd. Als voorbeeld van hetzelfde proces bij anh kan o.a. ook het Ohd. (7hta (= opmerkzaamheid; ons acht in achtgeven en het Mnl. acht — vervolging) dienen , en daarmee is samengesteld een Oudgermaansche eigennaam *Ahtuinêroz, die inderdaad reeds uit de eerste eeuw na Chr. als Actumerus zonder n is overgeleverd. Daar vóór dien tijd de uitstooting heeft plaats gehad , moeten de woorden dus ook voor dien tijd reeds thrinhan en thinhan geluid hebben en moet dus de oorspronkelijke e, die er blijkens de Litauwsche vormen in behoorde te zijn, in i zijn overgegaan, m. a. w. de klinkerrekking na 't wegvallen der nasaal vóór de h, schoon reeds minstens uit de eerste eeuw na Chr., is jonger dan de overgang van e in i bij volgende nasaal -(- consonant, jonger in elk geval dan bij volgende nasaal -j- gutturaal. Die laatste overgang kan echter niet zeer veel ouder zijn dan de rekking, daar de e ook nog later in eenige , uit het Latijn in het Germaansch opgenomen woorden in i is overgegaan, en de e nog in 't Germaansch moet bewaard geweest zijn, toen de Finnen er reeds het woord rengas (in later Germaansch met i, vgl. On. hringr, NI. ring) uit invoerden in hunne taal. Wel kon de neiging om r. voor n -|- consonant tot i te maken langen tijd achtereen hebben geheerscht, maar, behalve in enkele Germaansche dialecten , die ook nog in veel later tijd c, voor a -j- consonant in i deden overgaan, is die neiging ten slotte