Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't Germaansch; vgl. Got. fimf met *penqe. In ons Middelnederlandsch vinden wij dikwijls vóór labialen eene m (uit n) geschreven en regel is dat bv. bij momboor voor monboor (d.i. mondboor , beschermingbrenger), dat dan ook alleen in dien vorm is blijven voortleven; maar al schrijven wij nu ook steeds «, wanneer die er etymologisch behoort, een Hollander, die niet te sterk onder den invloed van het schrift staat, spreekt nog steeds vóór labiale mutae de n als m uit en zegt ombeholpen, ompleizirig, en natuurlijk vóór de m zelf, bv. ze leve(n) in ommin.

Omgekeerd ging de m vóór dentale mediae in n over; vgl. voor het Latijn eutidem (voor eumdem), frendo (voor *fremdo, vgl. fremo), contra (voor *comtra, vgl. cum), centum (voor *cemtum) enz., voor 't Germaansch: Got. skanda, NI. schande (voor *skamda, vgl. Got. skaman, NI. schamen), Got. hund, NI. honderd (voor humd, vgl. Idg. kmtóm), NI. Vlaanderen (voor *Vlaamderen, vgl. Vlaming, Vlaamsch), later NI. kantoor (uit Fr. comptoir).

Daar in de meeste oudere en jongere talen het schrift niet bestemd is geweest om in de eerste plaats de juiste uitspraak weer te geven, maar er zich vooral op toegelegd heeft, de betrekking tusschen de stamverwante woorden, enkelvoudige en samengestelde, te doen uitkomen, zijn assimilaties, die men nog als zoodanig kon herkennen , in het schrift dikwijls verwaarloosd. Vandaar dat er in de beschaafde Nederlandsche spreektaal veel meer geassimileerd wordt, dan het schrift zou doen vermoeden. Meer op de gespreken dan op de geschreven taal lettende, vinden wij , dat zich in het Nederlandsch hetzelfde assimilatieproces heeft lierhaaM, dat wij reeds voor het Indogermaansch hebben aangewezen. De tenues (p, t, k) worden mediae (b, d, g), vóór b en d, en naar de uitspraak van sommigen ook vóór w, maar niet vóór g , omdat die in onze taal geene media, maar spirant is. Men zegt namelijk: slaabbol, sluibdoor kruibdoor, (koobwaar) ; zidbank , uiddoen, (ladicerk); zakboek , zakdoek, (stukwerk) met de zachte k. Omgekeerd worden de mediae (b, d) tot tenues (p, t) vóór de tenues (p, t, k) en bovendien ook vóór alle spiranten, nasalen en liquidae. Men zegt: slopkous, braatpan, gronttoon, brantlcast. Evenzoo worden de scherpe spiranten (ƒ, s, ch) tot de zachte (v, z, g) vóór b, d, w en ook vóór j, m, n, l, r. Men zegt: hevboom , avdoen, stravwerk ; mizbruik, bizdom, memwaardig; dagboek (y is aan 't eind van eene lettergreep anders altijd ch), lagduif, lag wekkend. Daaren-

Sluiten