Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarin de uitspraak door die verandering moeielijker geworden schijnt of althans niet als bepaald gemakkelijker kan erkend worden. De physiologie zou moeten uitmaken, wat inderdaad gemakkelijker of moeielijker om uit te spreken is. Nemen wij de neiging om doelmatige (d.i. naar een doel strevende) bewegingen uit te voeren als eene hoofdeigenschap der levende stof aan 1), dan zou men kunnen zeggen: de physiologische toestand der spraakorganen is er op ingericht, niet meer arbeidskracht te besteden , dan voor het doel, het uiten of kenbaarmaken van voorgestelde gewaarwordingen en gedachten , volstrekt noodig is. Evenals de verandering in dien toestand onbewust plaats heeft, zouden ook de spraakorganen automatisch werken, indien de sprekende mensch niet eene bewuste voorstelling van hetzelfde doel bezat en tevens van de middelen (spierbewegingen en klanken) om dat doel te bereiken. Aan iedere physiologische werking kan eene psychische gepaard gaan. Of beide werkingen in den grond één zijn, of dat de eene invloed oefent op de andere, is nog in de verste verte niet uitgemaakt. De kloof tusschen stof en geest is nog niet overbrugd, en wie meent met het woord „onbewuste geest" eene brug te kunnen aanduiden, paait ons met een, in zijne geheimzinnigheid voor velen aantrekkelijken, klank, waarvan de beteekenis uiterst vaag , zoo al niet eene contradictio in adjecto is. Dat er vele werkingen onbewust plaats hebben, is zeker; maar te eenemale onuitgemaakt is het, of men ze reeds psychische handelingen mag of nog physiologische (automatische) bewegingen moet noemen.

Bewust nu geschiedt het spreken alleen voor zoover het voelbare spierbeweging en vorming van hoorbaren klank is, onmiddellijk voorafgegaan door het optreden eener zeer gecompliceerde voorstelling in het bewustzijn. Het spreken in ijlkoorts, droom of hypnose is even automatisch spreken als het klinken van den phonograaf. Alles wat er verder onbewust bij het spreken gebeurt, is voorloopig niet met den naam van psychische gebeurtenis te bestempelen ; maar daarom is ook nog niet alles er van langs physiologischen weg te verklaren: het behoort tot een nu nog onbekend gebied van werkzaamheid, en tot dat gebied behooren ook de

I) Vgl. daarover Dr. C. Winkler, Otter de doelmatige beweging in de natuur, Utrecht 18U0.

Sluiten