Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijfteeken samengestelde sjewa's genoemd. Dan ontstaan de chatéf fdtach (d. i. zeer korte a), de chatêf segul (d. i. zeer korte e) en de chatéf kamêts (d.i. zeer korte o). Zij komen vooral bij de vier Hebreeuwsche keel- of stembandletters voor, die meer klank schijnen te eischen, namelijk bij de alepli( — de Grieksche spiritus lenis), de hé ( — h), de cliêt (= cli) en de a'in (ongeveer == de Eng. soft-r).

In de Indogerm. talen komen deze sjewa's zeer dikwijls voor, maar zij worden niet altijd geschreven , althans wanneer zij zich niet tot duidelijke vocalen ontwikkeld hebben. In het Latijn vindt men ze tot eene zeer korte u ontwikkeld niet zelden vóór de l, b.v. bij poculum , stabulum , saeculum, populus, discipulus , waar zij dan, blijkens de versmaat, eene lettergreep vormen. De oudere Latijnsche dichters rekenen ze echter dikwijls nog niet als lettergreep en schrijven ze dan ook niet. Meer kleur dan in de genoemde voorbeelden heeft deze klank gekregen in den muntnaam mina, overgenomen uit het Grieksch , waar het woord fzvx luidt.

Het Germaansch vooral is rijk aan zulke klanken. Zelfs het Gotisch bezit er reeds enkele, zooals de u van miluks (melk), maar in het West germaansch treden zij in grooten getale in de schrijftaal op: in het Oudhoogduitsch vóór l, r en n als a, vóór m als n (soms a), b.v. fogal (Got. fugls), ackar (Got. akrs), zeihhan (Got. taikns), uturn (vgl. Gr. «r/zeg, damp) en brösama naast brósma (kruimel), dat in het Nhd. zelfs als brosam(e) gebleven is en door volksetymologie is opgevat als samenstelling van brot en samen. Ook het Oudsaksiseh heeft fugal, akkar, têkan en mêdhom (Got. maithms, geschenk). Bij ons is die klinker, nu althans, toonloos in vogel, akker, teeken en adem, evenals in 't Hoogduitsch.

Ook na l en r en vóór h of w kennen Oudhoogduitsch en Oudsaksiseh zulk eene secundair ontwikkelde a, b.v. bij Ohd. beraht, Os. bereht naast berht (schitterend, Got. bairhts), Ohd. Os. ferali naast ferh (ziel, leven, Got. fairhicus, wereld), Ohd. farawa naast farwa (verf), Os. alah (tempel, Got. al lts), Ohd. Os. felahan naast fellian (Got. filhan, begraven), Ohd. melaires naast melwes, Gen. van melo (meel). Zelfs na s, t of n vóór w ontbreekt de tusschenklank niet, b.v. Ohd. zesaica naast zeswa (rechter, Got. tailiswa), Ohd. bcscatairen , Os. skadoiran (ook bij ons beschaduwen , Got. skadirjan), Ohd. senaica naast senua ook bij ons zenuw). Evenals bij schaduw en zenuw heeft zich vóór de w eene u ontwikkeld bij zwaluw en peluw en in onze oudere

Sluiten