Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wone letterverwisseling '), en zoo kwam het woord niet alleen als lacalao in 't Spaansch en bachalaio in 't Italiaanseh, maar ook als bakkeljauw in onze taal naast kabeljauw in gebruik. Een Ags. woord voor lippen, weieras, weoleras, vertoont letterverwisseling met een Grot. woord wairilós, dat dezelfde beteekenis heeft. Het Eng. to tiehle schijnt hetzelfde te zijn als het Ags. citelian, ons kittelen. Aan het Ags. ticcen beantwoordt het Ohd. zicchin, dat een verkleiningsvorm van Ohd. ziga is, die er uitziet, als door verwisseling te staan voor cjiza, waaraan een Zwitsersch gitze beantwoordt, dat verwant is met NI. geit (vgl. Got. qaitein). Een Mhd. biever (koorts) komt voor naast fieber. Het Hd. essig (Ohd. ezzig) en ons edik kunnen moeilijk anders dan door letterverwisseling uit ekit, eJcid verklaard worden en zijn dan, evenals Os. ekid, Ags. eced, Got. aJceit, ontleend aan 't Lat. acêtum of acidum. Ons drentelen moet voor trendelen staan, zooals uit het bestaan van een Mhd. trendelen (beuzelen , vgl. ook Eng. trendle) blijkt. Ons naald staat voor naadl, blijkens o.a. Os. nddla, Got. nêthla, en zoo heeft men ook aalt (mest, vocht) uit aadl verklaard op grond o.a. van 't Ags. adel met dezelfde beteekenis.

Dat als oorzaak van deze letterverwisseling telkens gemakzucht zou moeten worden aangenomen, zou ik niet gaarne beweren. Hierbij zou zoowel misvatting als volksetymologie in het spel kunnen zijn. Voor het Ital. formento (uit Lat. frumentum), het Fransche fromage (uit Lat. formaticum), brebis (uit Lat. vervicem) en sanglot (uit Lat. singultum) durf ik niet beslissen, wat de weg is geweest, waarop de letterverwisseling heeft plaats gehad; maar bij andere Fransche en Italiaansche woorden is blijkblaar in eene lettergreep eerst dezelfde medeklinker ingelascht, die later uit eene volgende lettergreep gesyncopeerd is. Uit Lat. jlebilis is zeker eerst Jleblilis, fleble en later in 't Fransch faible geworden. Zoo is het Ital. fiaba (=Jlaba) wel ontstaan uit jlabla en dat uit fahla {LaX.fahula), het Ital. pioppo (— pioppo) uit ploplo en dat uit poplo (Lat. poplus, popidus, populier), het Ital. strupo uit strupro en dat uit Lat. stuprum, het Ital. interpetre uit interpretre en dat uit Lat. int er-

') Zie Dr. C. C. Uhlenbeck, Tijdschrift XI (1892) b[. 225—228, die daar uit W. J. van Eys, Grammaire comparée des dialectes busques (Paris 1879) p. 21 aanhaalt: »Les exemples de transposition de lettres sont trés fréquentes en basque: gabe et bage, igaro et irago, irudi et iduri, eriden et ediren, etc."

15*

Sluiten