Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoover ik dat woord hier mag gebruiken, buiten beschouwing laat en slechts, in zoover vermeld als ik mem dat volstrekt noodig is voor de begrijpelijkheid mijner voorstelling.

Het is geenszins omdat ik haar belang ontken dat ik van al die zijden der menschelijke ontwikkeling zoo weinig spreek, maar alleen omdat ik meen dat hier zelfbeperking plicht is. Als men mij tegenwerpt dat dientengevolge mijn schets, want meer is het niet wat ik geef, onvolledig is, zal ik de eerste zijn dat toe te stemmen.

Ik wensch hier dus een schets te geven van de gebeurtenissen op staatkundig en maatschappelijk, en wel bepaaldelijk economisch gebied, welke tengevolge hebben gehad dat de wereld zich uit een toestand, als in 1848 bestond, ontwikkeld heeft tot dien, waarin zij thans verkeert, altijd mij bepalende tot die zijden der menschelijke ontwikkeling.

Als uitgangspunt heb ik daarbij het jaar 1848 gekozen, het revolutiejaar, waarin Midden-Europa als door elkander werd geschud en waarin een goed deel der oude staten- en volken-maatschappij derwijze onderste boven werd gekeerd, dat het onmogelijk bleek deze weder op den ouden voet te herstellen. Ik meen dat eerst toen de nieuwe tijd, onzen tijd zou ik hem durven noemen, eigenlijk is begonnen.

Om echter de gebeurtenissen die toen voorvielen goed te kunnen begrijpen, was het noodig aan de beschrijving dier gebeurtenissen een schets te laten voorafgaan van den toestand, waarin de wereld verkeerde, op het oogenblik, waarop die omwenteling begon. In die schets heb ik tevens in groote trekken aangegeven hoe de Europeesche toestanden zich in de jaren tusschen 1815 en 1848 hebben ontwikkeld en hoe in dienzelfden tijd de wording eener nieuwe wereld heeft plaats gehad.

Die schets vult het eerste vun het vijftal boeken, waarover ik mijn (geschiedverhaal heb verdeeld, ln het tweede wordt de omwenteling van 1848 behandeld en de reactie die daarop volgde, tot het jaar 1852. Dat boek handelt uitsluitend over Europa, ln die dagen was dat werelddeel nog bij uitstek het bewegende element in de wereld; de gebeurtenissen die toen daar voorvielen, hebben ver strekkende gevolgen ook voor de wereld daarbuiten gehad.

Het derde boek daarmtegen beweegt zich op veel breeder terrein; de laatste jaren van het oude Europa, zooals het voortleefde in den tijd tusschen het schijnbaar herstel der oude orde van zaken en het begin der groote veranderingen, die haar aanvang namen m den oorlog van 1859, treden daarin niet meer op den voorgrond dan het zich verspreiden en

Sluiten