Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet alleen vurige katholieken dachten zoo, tal van protestanten stelden zich evenzeer teweer tegen de begrippen, die in de revolutie gezegevierd hadden, de onkerkelijke, onchristelijke en ongodsdienstige denkbeelden der achttiende-eeuwsche wijsbegeerte. Er ontstond een krachtige reactie tegen de heerschappij der rede en de vereering van het onchristelijke antieke, welke het laatst der eeuw gekenmerkt had. In de kunst, in de letterkunde kwam de romantiek met haar voorbelde voor de Middeleeuwen en al wat daarmede samenhing, vooral de katholieke mystiek. In de wetenschap stelde zich een daarmede verwante historische richting tegenover de dogmatische, op de abstracte rede gegronde, welke tot nog toe de overhand had gehad; de protestanten zelfs begonnen zich af te wenden van den "redelijken godsdienst, die in de laatste halve eeuw gepredikt was, en keerden terug tot rechtzinnigheid en piëtisme, die thans niet zelden samengingen. De katholieke beweging ging nog verder. De strijd tegen de overheersching der kerk door den staat leidde tot een poging tot herstel der suprematie der kerk, welke levendig herinnert aan de contrareformatie van de tweede helft der zestiende eeuw. Alleen met dit onderscheid, dat de staat thans nergens, behalve voor korten tijd in Spanje, de kerk trachtte te herstellen in al haar oude voorrechten. vooral ten nadeele van niet-katholieken. Want het herstel van het wereldlijk gezag van den paus kwam niet voort uit godsdienstige of kerkelijke motieven, het was het natuurlijk gevolg van de restauratiepolitiek der groote mogendheden, en had in het oog der conservatieve staatslieden niet meer beteekenis dan het herstel van den groothertog van Toscane. En hetzelfde gold van het herstel der priesterheerschappij in den kerkdijken staat; ook in Spanje, Sardinië en Keur-Hessen was vrij wel alles hersteld op den ouden voet van vóór de revolutie. Maar een eigenaardig teeken des tijds was het herstel der jezuïetenorde. De Eoclesia militans trad opnieuw in het strijdperk tegen de vrije gedachte en haar werkzaamheid, en daarvoor leverde haar de orde als van ouds de voortreffelijkste strijdkrachten. Daarbij kon zij echter wel grootendeels op den bijstand der reactionnairen, maar geenszins op dien der conservatieve richting rekenen. Integendeel, hoewel deze de kerk niet vijandig bejegende, was zij veel te veel een geesteskind der achttiende eeuw om niet de suprematie van den staat tegenover haar te handhaven.

Zoodoende stond de thans door de katholieke beweging ontzaglijk

Sluiten