Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

versterkte katlioliek-clericale partij tussclien de overige partijen in, uitteraard eerder geneigd zich te verbinden met de conservatieve en reactionnaire, maar tocli onder zekere omstandigheden bereid een verbond te sluiten met liberalen, democraten en socialisten. Den nationalisten was zij niet zelden gunstig; liet herstel van het katholieke Polen moest haar na aan het hart liggen; daarentegen kou een nauwe vereeniging van protestanten en katholieken in een niet onder Oostenrijks leiding staand Duitscliland niet strooken met haar belang. Rechtstreeks echter verzette zij zich op den duur tegen de toepassing van het nationaliteitsbeginsel in Ttalie. Want sedert de paus zijn wereldlijk gebied had teruggekregen, werd de handhaving van het absoluut gezag over Rome als eeu fundamenteel dogma der kerk beschouwd. En dat dit gezag bezwijken moest, als in Italië de partij zegevierde, welke streed en leed voor de onafhankelijkheid, dat stond bij bijna iedereen, ook bij de pausen vast. Alleen enkele enthousiaste naturen waren er, die juist in den paus den toekomstigen vorst van het vrije Italië zagen, evenals enkele andere denkers, geestelijken zoowel als leeken, van nationale katholieke kerken of van een samengaan van de liberale beginselen met de streng kerkelijke droomden.

Zeker, de beginselen der liberalen werden niet zelden aangeroepen, als liet gold het recht te verdedigen van het verzet van katholieke geestelijken tegen het staatsgezag, vooral als dat eeu protestantsch ot niet-katlioliek staatsgezag was. Maar wie de verhoudingen tusschen de kerk en de wereldlijke machten in vroeger eeuwen had nagegaan, wist dat dit slechts een strijdmiddel was. De echte katholieke, de clericale of, zooals men in Frankrijk zeide, ultramontane richting kon zich weliswaar tijdelijk met elke andere verbinden, haar natuurlijke bondgenooten waren de reactionuairen, die den staat en de maatschappij aan bevoorrechte standen wilden onderworpen zien, waarvan de kerk de eerste en voornaamste was, een verhouding, zooals die in de Middeleeuwen had bestaan. Yandaar, dat de katholieken zich haast overal met de clericale reactie vereenzelvigden en dat overal, zelfs in protestantsche landen, de leus «voor troon en altaar gesteld werd tegenover de leuzen van liet liberalisme. \ andaar ook, dat in de oogen van tallooze geloovigen. die blindelings hun geestelijke leiders volgden, het liberalisme gelijk stond aan ongeloof, aan vijandschap tegen de kerk.

Zoo was in de jaren vóór 1848 de Europeesche wereld als omgewoeld door al die elkander haast op elk gebied bestrijdende

Sluiten