Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was behaald, de Eiigelschman was verdreven en de naar zelfstandigheid strevende vasallen waren overwonnen), toen de Fransche staat al het land tusschen Alpen, Vogezen, Ardennen en Pyreneeën en zoowel Bretagne als Bourgondië, Provenee als Dauphiné in zich had opgenomen, was het tevens het middelpunt geworden, waaromheen de ontwikkeling van Midden-Europa zich als t ware bewoog; er kon in dat £redeelte der wereld niets geschieden of Frankrijks belang was er bij betrokken, niet alleen zijn politiek. maar ook zijn economisch en maatschappelijk belang.

Door zijn eigenaardige samenstelling uit Romaansche en Germaansche elementen was Frankrijks bevolking buitengemeen geschikt voor de rol, welke haar door natuur en historie was toebedeeld. Reeds vóór de Fransche staat zijn geheel tegenwoordig gebied omvatte, had de 1" ransche natie dan ook grooter invloed op de andere volken van Europa uitgeoefend dan eenige andere. Haar letterkunde, haar beschaving, haar maatschappelijke vormen, haar politische en juridische ontwikkeling dienden voortdurend den anderen lauden tot voorbeeld, al sedert de daffeu van Karei den Groote. Hoe verschillend ook de ontwikkeling der Europeesche volken is geweest, overal ontdekt men daarin sporen van Franschen invloed, al was die ook niet sterk genoeg oin de nationale eigenaardigheden uit te wisschen.

Na de zestiende eeuw, sedert de groote crisis der godsdienstoorlogen gelukkig doorstaan was, werd die invloed nog sterker en begon Frankrijk tevens een politiek overwicht te verkrijgen, dat ten slotte door den gemeenschappelijken tegenstand van alle Midden-Europeesche staten werd algeschud. Tn de achttiende eeuw deed Frankrijk slechts zwakke, geheel mislukte pogingen om dat politiek overwicht te herwinnen, maatschappelijk echter was zijn overwicht grooter dan ooit. Fransch werd toen de wereldtaal, zooals Latijn dat vroeger geweest was, vooral de taal der klassen welke toen den toon in de beschaafde wereld aangaven. En Fransch waren ook dezeden, ja de denkbeelden van die klassen. De wijsbegeerte der achttiende eeuw inoge niet een oorspronkelijk Iransche zijn geweest, zooals zij zich ontwikkelde en in het midden der eeuw algemeen lieerschte, was zij toch door en door Fransch. Daartegen ontstond evenzeer reactie als in de vorige eeuw tegen Irankrijks politiek overwicht. Maar geheel zegevieren kon die reactie niet, en sedert het uitbreken der revolutie werd

Sluiten