is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gebreken in de vorming der Duitsche staten.

Dan hadden ook de Hongaarsche kroonlanden niet uit het bondsgebied kunnen geweerd worden. Om dit (wat trouwens niemand begeerde) te vermijden, zocht men zijn toevlucht in deze dwaze regeling, welke Danzig en Koningsbergen buiten en Triëst binnen Duitschland plaatste.

Niet veel minder onzinnig was de opneming van Luxemburg, dat tot een provincie van het koninkrijk der Nederlanden was gemaakt. En haast nog meer, dat, toen in 1830, bij de vernietiging van deze lievelingsschepping van het congres, het westelijk deel van dit landje aan België kwam, ter vergoeding voor dit verlies, het Nederlandsch gebleven deel van Limburg insgelijks bij het bondsgebied werd ingelijfd. De ingewikkelde quaestie der verhouding van Sleeswijk-Holstein tot Denemarken daarentegen was vermeden geworden door Holstein wel maar Sleeswijk niet op te nemen, zonder overigens aan de onderlinge verbinding der beide landen te tornen.

Het is hier de plaats niet de wijze te schetsen waarop de zelfstandigheid van Waldeck en Lichtenstein naast die van Oostenrijk en Pruisen werd gewaarborgd, en al die andere wonderlijke maatregelen, welke hun oorsprong hadden in het in éénzelfde politisch verband met een aantal grooter of kleiner machten, als gelijkwaardige souvereine staten opnemen van allerlei landjes, die alleen aan het een of ander toeval hadden te danken, dat zij niet als zoovele andere, die dikwijls niet minder hadden beteekend, waren geannexeerd, of geseculariseerd of gemediatiseerd. Dat men de drie oude vrije rijkssteden, die het langst in het Hanze-verboud waren gebleven, zelfstandig liet, was eerder te verdedigen, en de behoefte aan een neutrale residentie van het bondsgezag gaf de autonomie ook aan Frankfort aan den Main terug, hoewel de bondsvestingen, voor wie zulk een exceptie uiet minder natuurlijk zou geweest zijn, tevens deel bleven uitmaken van de staten, waarin zij gelegen waren.

Maar met al die halve maatregelen bevredigde men niemand, noch hen die, als er geen rijk of krachtige bondstaat kon worden opgericht , dan toch een statenbond wenschten, dat althans tegenover het buitenland als geheel met macht kon optreden, noch hen die de souvereiniteit der verschillende staten verzekerd wilden zien.

De verhoudingen in den Bond waren echter maar een deel der gebreken van het nieuwe Duitschland. Nog erger haast werd de vrede in de toekomst bedreigd door de wijze waarop het gebied der meeste staten was samengesteld. Van de vier groote Rijnbondstaten