Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het nieuwe Prui»en

Het gevolg van al deze maatregelen was dus dat Pruisen in twee groepen werd verdeeld, die slechts in zooverre iets met elkander gemeen hadden, dat er in de westelijke groep enkele stukken, zooals Kleef en Minden, waren, die van ouds, en enkele, zooals Munster, die sedert 1803 Pruisisch waren geweest. Het sinds 1740 aan Pruisen behoorende en sterk aan Pruisen gehechte Oost-Friesland werd daarentegen aan Hannover gegeven, ter wille van Engeland, dat geen Noordzeehavens in Pruisische handen begeerde. Niet veel beter was de samenhang van de Palts met Beieren en van de verschillende deelen van Hessen-Darmstadt. Zelfs bleef Oldenburg het midden in den Haardt ver af gelegen Birkenfeld behouden.

De geheele verdeeling herinnerde levendig aan de willekeur van het jaar 1803, toen de secularisatie der geestelijke vorstendommen en heerlijkheden en de vernietiging der rijksonmiddelbare ridderschap en van vele rijkssteden tot een schaamtelooze jacht op den met vertreding van alle oude rechten verkregen buit had geleid. Zeker, dergelijke tooneelen als in dien tijd, toen Talleyraud en zijn ambtenaren graafschappen en abdijen verkochten aan de meestbiedenden, kwamen niet voor, maar aan de belangen der inwoners dacht ook thans niemand, slechts aan dat der vorsten en der groote mogendheden.

Toch had die willekeur een voor de eenheid des lands gunstig gevolg. Het groote gevaar voor deze school juist in de vorming van staten, die, zooals het oude Beieren, zoo sterke eigenaardigheden bezaten, dat zij daardoor hun samenhang met de overige, hun Duitsch karakter dreigden te verliezen. En dat gevaar was thans voorgoed afgewend. Zelfs Beieren verloor door de toevoeging van talrijke Franken en Zwaben, die zelfs voor een goed deel protestantsch waren, zijn uitsluitend Beiersch en katholiek karakter. En Wurtemberg, de Zwabenstaat bij uitnemendheid, omvatte toch maar een gedeelte van Zwaben, waarvan het overige aan Baden en Beieren was gekomen. En zoo werkelijk in de toevoeging der westelijke landen een geheime bedoeling had gescholen om de krachten van Pruisen te verzwakken, dan was dat doel volkomen gemist.

Want met buitengewoon talent heeft de Pruisische regeering in betrekkelijk zeer korten tijd het moeilijke vraagstuk opgelost, om in die landen niet alleen zulke instellingen te scheppen en die zoodanig te doen werken, dat hun samengroeien tot een organisch geheel binnen een menschenleeftijd tot stand kwam, maar ook dat, om ze met

Sluiten