Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoud hunner vele eigenaardigheden te doen samengroeien met den ouden Pruisisehen staat.

Het Pruisisch gezag werkte veel krachtiger mede tot verbetering van den materieelen toestand van Westfalen en de Rijnlanden, dan ooit dat van een vroegere regeering gedaan had. Eerst thans begon de Rijnvaart het belang te verkrijgen dat de groote rivieT van MiddenEuropa tot een hartader van het modern verkeer heeft gemaakt. En dat lag niet aan nieuwe omstandigheden, zooals het geval was met den weldra bemerkbaren, met den verbeterden mijnbouw samenhangenden bloei der Westfaalsche nijverheid, maar alleen aan de zorg der regeering en aan het ophouden van den kleingeestigen naijver tusschen de bezitters der oevers, welke vroeger het verkeer niet minder belemmerde dan de vele tollen, die dezen daarvan eischten. Zeker, 't was een gebiedende noodzakelijkheid, dat de Pruisische regeering zoo vrijzinnig optrad, want 't was het eenige middel om een bevolking te winnen, die, grootendeels katholiek en aan het slappe maar toch willekeurige bestuur der vroegere, gedeeltelijk geestelijke vorsten gewend, den protestantschen, bureaucratischen en militairistischen staat Pruisen geen goed hart toedroeg, terwijl reeds het volkskarakter der levendige en vroolijke Rijnlanders een sterk contrast opleverde met den ernst der Noord-Duitschers.

Maar niet iedere regeeriug zou dat zoo hebben ingezien en zelfs zooveel mogelijk het voortbestaan hebben geduld van alles wat door het Fransche bestuur in zijn twintigjarig bestaan aan deu linker Rijnoever was ingevoerd geworden, tot zelfs het Fransche recht toe.

Zoo kreeg het tot nog toe zuiver Noord-Duitsche Pruisen een meer algemeen Duitsch karakter, dat zelfs de opneming van talrijke Slavische elementen in het oosten kon verdragen. Gelukkig, mag men haast zeggen, had Rusland niet toegelaten dat Pruisen al het Poolsch gebied terug kreeg, dat het tot 1806 had bezeten; na 1815 was daardoor slechts één provincie, Posen, overwegend Poolsch. Die is dan ook een voortdurend bezwaar voor deu Duitschen staat gebleven.

Zoo werkte, zonder dat het bedoeld was, de samenstelling van het nieuwe Pruisen mede ter versterking van zijn innerlijke kracht, tot de bevestiging van die eenheid, welke de eenige kern kou zijn, waaromheen zich de Duitsche eenheid kon vormen.

In den staat van Frederik den Groote had de eenheid van den ] staat zich alleen vertoond in de bureaucratie en het leger, in het

Iet Tolverbond.

Sluiten