Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geographische gesteldheid haar oorsprong scheen te hebben. Zoodra het oude rijk der Saksers, Saliërs en Staufen, dat zijn middelpunt in het geographische middelpunt van Duitschland, in Franken had, begon in te storten, in het einde der 12e eeuw, begon de scheiding, die al honderd jaren vroeger zichtbaar was geworden, groote staatkundige en economische gevolgen te hebben. Eeuwen lang hebben sedert dien tijd de beide helften naast elkander bestaan, zonder op andere wijze verbonden te zijn dan door het hoe langer hoe zwakker wordende staatkundige rijksverband. Alleen van de Rijnlanden, hoewel nauwer met het zuiden dan met het noorden verbonden, was het twijfelachtig tot welk deel men het rekenen moest. Het eigenlijke midden, Thuringen en Franken, was niet alleen politisch versnipperd, maar ook door de natuur niet tot een middelpunt voor een groot volk geschikt gemaakt, zooals b. v. het tusschen Seine en Loire gelegen deel van Frankrijk dat is. Alleen ten opzichte der taal heeft MiddenDuitschland invloed uitgeoefend, en, merkwaardig genoeg, juist toen Luther het Middeu-Duitsch tot de algemeene schrijftaal maakte, werd de scheur nog veel wijder en scherper. Het noorden werd juist toen voor het grootste gedeelte protestantsch, terwijl het zuiden en de Rijnlanden grootendeels katholiek bleven. Gelukkig voor de eenheid der natie, dat de staatkundige belangen in het volgende tijdperk zóó sterk overwogen, dat het godsdienstverschil niet reeds toen tot scheuring leidde. ^Vant dan zou Duitschland in de achttiende eeuw verdeeld zijn geworden in een protestantsch noorden onder Pruisische leiding en een katholiek zuiden en westen onder Oostenrijks gezag. Zoo bracht de kwaal haar eigen geneesmiddel en belette de verbrokkeling en onderlinge naijver der landen het vormen van groepen met eigen godsdienst en eigenaardigheden. Want hoezeer sommige invloeden Duitsche landen geheel van het Duitsche vaderland konden vervreemden, werd ten duidelijkste door den Elzas, Duitsch-Lotharingen, de Nederlanden en Zwitserland bewezen. Datzelfde had evengoed met andere Duitsche landen kunnen gebeuren, als zij een geheel zelfstandig bestaan hadden verworven.

Nu kwam de eenheid wel niet tot stand, maar volledige scheiding bleef uit.

Intusschen begonnen zich andere teekenen te vertoonen dat de: eenheid der natie een steeds dringender behoefte werd. De groote letterkundige en wijsgeerige beweging der achttiende eeuw was noch

Medewerking der letterkundige beweging.

Sluiten