Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

]

1

1 (

Onrijpheid der toestanden.

Voord- noch Zuid-Duitsch; haar groote mannen kwamen bijna uit ille deelen vau Duitschland. Kenmerkend was het, dat zij langen ;ijd haar middelpunt vond in het middenland, in Thuringen en Fransen. Haar invloed was zoo sterk, dat die nog heden zich laat geilen en aan de geestesbeweging der negentiende eeuw van bijna alle beschaafde volken de richting heeft aangewezen. Sedert is Duitschland op dat gebied zoowel als op dat der wetenschap en in sommige Dpzichten ook op dat der kunst, meestal vooraan gebleven. Maar het feit, dat er voortaan steeds in Duitschland een letterkunde en wetenschap bestoud, die geen ander vaderland kende dan Duitschland, hoe sterk een bewijs ook voor de kracht der Duitsche nationaliteit, was geenszins een waarborg voor betere staatkundige toestanden. En die waren het bovenal, waaraan het Duitsche volk behoefte had. Zijn verdere ontwikkeling, de mogelijkheid om de plaats onder de natiën in te nemen, welke het krachtens zijn woonplaats, zijn getalsterkte, zijn beschaving toekwam, hing uitsluitend daarvan af.

Maar om dat tot stand te brengen, daartoe was meer noodig dan de goede wil der natie. Want zooals Duitschland zich nu eenmaal ontwikkeld had, giug het evenmin aan eenvoudig weg de staten op te lossen in een groot, alle Duitschers omvattend rijk, als ze volkomen zelfstandig of slechts door een zoo krachteloozen band als dien van den Bond vereenigd te houden.

De eenig mogelijke oplossing was een bondstaat. Maar het vraagstuk, hoe dien te scheppen, was niet op te lossen, dan wanneer een buitengewone geest, begaafd met zeldzame wilskracht, die beschikkeu kon over geweldige materieele en politieke krachten, de gelegenheid had om de leiding op zich te nemen. En daartoe waren de toestanden thans evenmin rijp als die van Frankrijk in de eerste jaren der revolutie. Eerst nadat de hartstochten waren bedaard en het volk zoowel als de partijen zoover outnuchterd om in te zien dat ieder van zijn eigen idealen iets moest opofferen ter wille van het geheel, was de tijd voor zulk een man gekomen. Thans was die tijd nog verre en slechts strijd eu nogmaals strijd aanstaande.

Dezelfde onrijpheid en onzekerheid bestond in de binnenlandsche toestanden der verschillende stateu. Alleen in die streken, waar Fransch gezag al het oude had vernietigd en gelijkheid van allen tegenover het staatsgezag had gevestigd, geleek de maatschappij op die van West-Europa. Waar dat niet het geval was geweest, bleven oude middeleeuwsche toe-

Sluiten