Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en '30, zich de dragers der toekomstpolitiek van Duitschlaud achtten en van geen gezag wilden weten. Kenschetsend voor den tijd was het, dat zich daaronder zooveel joden bevonden, die in een revolutie het middel zagen om die gelijkstelling te verwerven, welke de wet hun reeds in sommige landen toekende. Deze joden, die meenden door niets behalve den godsdienst van hun christelijke landgenooten onderscheiden te zijn, die zich niet alleen joden maar ook Duitschers gevoelden, verdroegen de wettelijke achteruitzetting niet langer, waaronder zij in Duitschlaud nog steeds gebukt gingen. Zij werden in hun streven gesteund door alle liberalen, wier beginselen van zelf de afschaffing der de joden drukkende uitzonderingswetten, ja, in beginsel ook maatschappelijke gelijkstelling van joden en christenen eischten. Zij begrepen nog niet welke bezwaren gepaard gingen aan het wegnemen van eeuwenoude wanverhoudingen, die het gevolg waren van het verkeer der joden in het midden eener maatschappij, waaraan zij vreemd bleven.

Reeds toen verzetten zich sommige katholieken en orthodoxen heftig tegen dit streven, maar van een eigenlijk antisemitisme is in die dagen nog geen sprake.

Hoewel enkele zeer begaafde joden geen geringen invloed op het Jonge Duitschlaud hadden, waren de leiders echter vooral de talrijke, zich meestal voor onbegrepen of miskende genieën houdende, met al wat nieuw was dwepende enthousiasten, wier onberaden verzet tegen de overheden gestraft was geweest met een matelooze gestrengheid. Daarnaast allerlei avonturiers, die in een revolutie de gelegenheid zagen om fortuin te maken of een rol te spelen.

De uitgewekenen ouder hen hielden een drukke geheime correspondentie met hun geestverwanten in het land. Zij hielpen vooral de revolutionnaire Fransche litteratuur verbreiden, die in Duitschlaud des te gretiger aftrek vond, naarmate zij strenger verboden was. Hoe langer hoe meer verspreidden zich de predikers dier revolutionnaire denkbeelden onder de werklieden en zelfs onder het landvolk. De toestand begon in dit opzicht te gelijken op dien, welken Duitschlaud voor het uitbreken van den Boerenkrijg en het begin van den Hervormingstijd had gekend. Het verschil was slechts dat toen de godsdienst mede een hoofdbeweegreden was en nu bijna uitsluitend de politiek. Want de sociale motieven traden thans nog op den achtergrond , meer zelfs dan toen. Maar de geheele beweging had even

Sluiten