is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van onzen tijd sedert 1848

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lombardije en Venetië.

land en een half millioen op het eiland Sardinië regeerde sedert 1831 het hoofd der jongere linie, Karei Albert van Savoje-Carignan.

In 1821 had eerzucht hem bewogen zich aan het hoofd der constitutioneele revolutie te stellen. Toen die mislukt was had hij, om niet met verlies van zijn erfrecht te worden gestraft, ten bewijze zijner goede gezindheid deel genomen aan den Franschen veldtocht tegen het constitutioneele Spanje en zich bij den aanval op Cadix onderscheiden.

Van dien tijd af was hij het voorwerp van den argwaan der beide partijen, der liberale zoowel als der machtige clericaal-reactionnaire, die sedert 1821 het land beheerschte. Maar de natuurlijke oppositie van Sardinië tegen Oostenrijk hield zelfs deze partij, die van oudsher in de eerste plaats dynastisch gezind was geweest, terug van nauwe verbinding met den handhaver van het dwangbewind, dat hoe langer hoe zwaarder op Italië drukte, en belette den koning niet om, zonder in liberalen zin op te treden, toch zijne geërfde absolute macht aan te weuden tot noodzakelijke hervormingen en in vele opzichten een zekere mate van onafhankelijkheid van Oostenrijk aan den dag te leggen. De gematigd liberalen koesterden dan ook de hoop, dat, als eenmaal de omstandigheden veroorloofden den strijd met Oostenrijk aan te binden, Sardinië hun streven zou steunen. De democraten en vooral de aanhangers van het Jonge Italië daarentegen zagen in den autocraat te Turijn te meer een beletsel, omdat hij beschikte over de krachten van een land, waar hun beginselen alleen in enkele deeleu, in Genua en de kuststeden, talrijke aanhangers vondeu.

Dat land was niet rijk, zijn hulpbronnen weinig ontwikkeld, de bevolking werkzaam en eenvoudig van zeden, maar meestal gedwongen tot een sober bestaan, de geestelijkheid en de adel machtig; een deel van Savoje was zelfs een aan Italië vreemd land. Zijn heerscher was allen partijen een raadsel; niemand wist welke richting hij in zou slaan.

Maar hij was de eenige vorst van wien men iets kon hopen; tenzij men, als Mazzini en de zijnen, van oordeel was dat men moest beginnen met zich van hem te ontdoen en zijn land voor de democratische revolutie te winnen.

Yeel meer door de natuur bevoordeeld dan Piëmont was het Loinbardisch-Venetiaansch koninkrijk, dat bijna vijf millioen zielen telde, grootendeels wonende in de vruchtbare Po-vlakte met zijn talrijke groote steden, een land, welks dichte bevolking zelfs onder de nadeelige