Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan op Sicilië, tengevolge der tegenstelling van de verlaten zuid- en oostkusten met liet westen en in het bijzonder met Campanië, ongeveer 6 millioen bedroeg. Doch zelfs waar die bevolking dicht opeen gehoopt was, leefde zij meestal in diepe armoede, niettegenstaande de vruchtbaarheid van den grond. De hoofdstad was berucht wegens de verwaarloozing der binnen een kleine ruimte samengedrongen bevolking; nergens bijna was de sterfte grooter dan in de nauwe stegen van Napels. Luiheid en verregaande onwetendheid waren daar inheemsch, en alle streven naar verbetering werd door de lagere klassen aangezien als een poging om haar te benadeelen. De lazzaroni vormden de ergste klasse van wilden, die ergens in Europa werd aangetroffen.

En met de hoofdstad wedijverden de provinciën. Niet alleen de Appennijnen , maar ook geheel Galabrië krioelde van roovers, die als de beschermers optraden van het arme volk tegenover de regeering en de landeigenaars. Trouwens ook de Kerkelijke Staat kende dergelijke toestanden sinds eeuwen, de natuurlijke gevolgen van de hernieuwing van het oude wanbestuur. Hoe verder men naar het zuiden kwam, des te erger werden in Italië de misstanden, des te verder was men verwijderd van de gewone Europeesche maatschappij.

Niet alleen viel er dan ook in Italië oneindig veel te hervormen, maar bovenal moest de bevolking worden opgevoed tot het besef der noodzaaklijkheid der hervorming. Het ontbrak niet aan Italianen die dat inzagen en daarom reeds dadelijk daarmede beginnen wilden. Maar dat duldden de regeeringen niet; zij wezen liever elke hervorming af, dan die te laten invoeren door onderdanen op eigen aandrang. Zoo bleef de economische toestand van Italië uitermate achterlijk. Een zeer groot gedeelte van den grond behoorde aan de groote adelsfamiliën en aan de geestelijkheid, vooral aan de kloosters, wier bestaan de bedelarij sterk in de hand werkte, wegens de onverstandige wijze waarop daar de liefdadigheid werd betracht. De bedelarij was dan ook in geheel Italië een haast even groote plaag als de onveiligheid. Zij onttrok duizenden van handen aan den landbouw en het handwerk. Zij voedde op tot wetteloosheid en verzet tegen de handhaving van liet gezag. Bovenal bestendigde zij de armoede en ontnam zij elk gevoel van eer aan de arinen, vooral tegenover de buitenlanders, die op scliaamtelooze wijze, openlijk of bedekt, werden afgezet en geplunderd.

Sluiten