Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE HOOFDSTUK.

G-root-Brittannië's zelfstandigheid.

Ontwikkeling tot aan de negentiende eeuw

HST BKITSCHE RIJK.

Groot-Brittannië verdient zoowel geographisch als historisch eerder een land op zich zelf te heeten dan een deel van Midden- of, wil men liever, West-Europa. Evenals Sicilië met Italië is het met het laatste onafscheidelijk verbonden, zonder daarom op te houden een geheel zelfstandig bestaan, eigen phvsische eigenaardigheden zoowel als een eigen geschiedenis en een eigen ontwikkeling te bezitten. Het staat steeds in nauwe betrekking met Europa, maar maakt er in vele opzichten

geen deel van uit.

Van het einde der Romeinsche heerschappij tot aan de Normandische verovering in 1066 hadden de Britsche eilanden een geheel zelfstandig bestaan. De gebeurtenissen die er voorvielen hadden zoo goed als geen invloed op de ontwikkeling van het vasteland. Eerst na de verovering werd dat anders, ten gevolge der verbinding tusschen Engeland en West-Frankrijk.

Reeds een eeuw later was Engeland als 't ware de sluitsteen van een der beide groote verbonden, waarin de Europeesche machten tegenover elkander stonden. Dat duurde tot het einde der Middeleeuwen.

Als in het midden der vijftiende eeuw de Roozen-oorlogen aanvangen, trekt Engeland zich terug van het vasteland. Het neemt wel deel aan de groote bewegingen in Europa, maar nimmer rechtstreeks. Zelfs de hervorming draagt er een geheel ander karakter dan op het vasteland.

Evenzoo grijpt de Engelsche staatkunde wel in in den grooten politieken en religieus-politieken strijd der 16dpen 17l,e eeuw, maar steeds zooveel mogelijk zonder Engelands belangen te vereenzelvigen met die

Sluiten