Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verspreidinf der Engelschen over de wereld.

tijdlang scheen het alsof op dat gebied geen mededinging mogelijk was, want Engelaud scheen daar bevoorrecht boven alle andere landen.

In de eerste plaats door de voortbrengselen van zijn bodem. Eerst toen toch werd ontdekt, dat hoe vruchtbaar die bodem ook mocht zijn, zijn eigenlijke rijkdom onder den grond begraven lag, in zijn steenkolenbeddingen en metaallagen. Geen land had de eerste grondstoffen voor alle moderne nijverheid, steenkool en ijzer, zoo binnen zijn bereik. Geen wonder waarlijk, dat Engeland goedkooper en meer kon voortbrengen en alleen door op den duur onhoudbaar hoog gedreven beschermende rechten hier of daar van de markt kon worden geweerd. En de Engelsche vrachtvaarder vervoerde die voortbrengselen ook meestal goedkooper naar het buitenland, dan dit het zelt kon halen. Hij haalde er daarentegen de grondstoften voor, die de Engelsche nijverheid zou gaan verwerken. Zoo kleedde Engeland weldra zijn Indische onderdanen met de kleedjes, die het uit de Amerikaansche katoen vervaardigde, en weldra niet die onderdanen alleen, want de katoen werd de algemeene dracht der armen van geheel Europa. De gulden dagen voor Engeland waren begonnen, de dagen, waarin de handel de nijverheid, en de nijverheid den handel voedde, en beide te zamen overal elke mededinging uit het veld sloegen. Om van overal nieuwe grondstoffen voor zijn nijverheid te halen en overal nieuwen afzet voor de voortbrengselen van zijn nijverheid te vinden, lieten de Engelschen van nu af aan geen land onbezocht , trachtten overal vasten voet te vatten, en waar eerst een Engelsch handelskantoor was gevestigd, daar kwamen er spoedig meer, en weldra volgden de oorlogschepen en werd de haven een Eugelsch station, een uitgangspunt voor nieuwe ondernemingen van gelijken aard. Zelfs waar reeds andere Europeesche volken aanspraken hadden, volgde Engeland die taktiek en meestal slaagde het er in zich ook daar te nestelen, niet zelden er meester te blijven.

- Zoo werd het Britsche rijk uitgebreid. Op enkele punten vestigde zich niet alleen Engelsche handel en Engelsche macht, maar ook Engelsche bevolking. Merkwaardig genoeg echter, nimmer in die mate als in de Veïeenigde Staten. De Brit, die emigreerde, meest altijd een kleinhandelaar, een werkman of een landbouwer, gat altijd de voorkeur aan de groote stamverwante republiek boven een Engelsche kolonie. Trouwens, Australië was zoo ver, West-Indië zoo warm, Canada zoo koud en Zuid-Afrika voor velen zoo weinig aan-

Sluiten