Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toenemende ontwikkeling der koloniën.

1 (

( j

( ]

I

Wat hen vooral met rechtmatigeu trots moest vervullen, was het schouwspel, dat hun koloniën boden. Reeds was er geen werelddeel meer, of een deel er van was Engelsch gebied, en in drie ver uiteen gelegen wereldstreken, waar de geographische toestanden toelieten dat Europeanen er zich blijvend nederzetten, in Canada, in Australië en in Zuid-Afrika, begon zich een nieuw Engeland te vormen, "t Is waar, dat reeds toen zoowel in Canada als in Zuid-Afrika door de vroegere meesters van den grond een tegenstand werd geboden, die te minder was verwacht, omdat beide landen zoo betrekkelijk gemakkelijk in bezit genomen en zoo lang rustig gebleven waren. Tn Cauada vooral scheen die tegenstand bedenkelijk, zoowel omdat de Fransche Canadeezen zoo streng vasthielden aan den godsdienst, de zeden en de taal hunner vaderen, als omdat de groote Amerikaansche republiek zulk een aantrekkingskracht scheen uit te oefenen op haar buren, tn Zuid-Atrika daarentegen was het allen blanken dreigende gevaar van de zijde der inboorlingen in de oogen der Engelschen te groot, dan dat de oude Nederlandsche bevolking, alleen reeds om zelfbehoud, zou kunnen nalaten zich met het Eugelsche bestuur te verzoenen. Ie meer omdat daar de godsdieust geen scheidsmuur optrok tusschen oude kolonisten en Engelschen, zooals in Canada het geval was. Daarenboven had hngeland uit de Amerikaansche omwenteling de les getrokken, dat men, wilde men een kolonie niet tot afval brengen, den schijn moest vermijden van haar in onderdanigheid te houden. Daarom was reeds tegen het einde der vorige eeuw aan Canada een voor dien tijd ruime mate van zelfbestuur toegekend geworden, een maatregel, welken men in de eerste helft der negentiende eeuw ook aan de Kaapkolonie op den duur niet wilde onthouden, en welke zelfs in alle bezittingen , waar voldoende Europeesche elementen aanwezig waren. iverd toegepast. Doch dit had niet belet, dat in 1835 eerst in liet sijna geheel Fransche Neder- en later in Opper-Canada onlusten uitbraken, die, telkens opnieuw tot gewapend verzet overslaande, eerst in L841 konden worden bedwongen door invoering van een aantal hervormingen in vrijzinnigen geest. V an dien tijd af was Canada, niettegenstaande le sterke tegenstelling der beide bevolkingselementen, snel toegenomen n ontwikkeling, daar de merkwaardig sterke natuurlijke vermeerdering Ier I ranschen ongeveer het evenwicht bewaarde met den door een wel liet aanzienlijke, maar toch geregelde immigratie van ongeveer 28,000 >ersonen uit het moederland jaarlijks versterkte, Britsche bevolking.

Sluiten