Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vele opzichten bloot stond aan ergerlijke willekeur en knevelarij van de zijde der Engelsche ambtenaren en particulieren, en daardoor de zegeningen van het Europeesch bestuur niet 111 die mate ondervond, als velen in Engeland gehoopt hadden, bleek eiken dag. Eu daartegen kou, geloofde men, een lichaam als de Compagnie niet met voldoende kracht optreden; integendeel, het particulier belang moest telkens het belang van het algemeen, in het bijzonder dat van lndië en den Indiër, doen uit het oog verliezen.

Maar dat was inderdaad niet de eigenlijke reden voor de bezorgdheid, die velen toen in Engeland koesterden. Die reden was vooral de verbazende uitbreiding, welke het gebied der Compagnie gekregen had. Met angst vroegen velen zich af of Engeland in staat zou zijn. om zonder opofferingen die de voordeelen van het bezit verre overtroffen, zijn gezag te handhaven. Zouden de volken van lndië, voor een goed deel van hetzelfde ras en van niet minder natuurlijke begaafdheid dan die van Europa, hun ondergeschiktheid blijven dulden? En, haast nog erger, zou uiet binnen een betrekkelijk nabijzijnde toekomst het bezit van lndië bedreigd worden van een zijde, waar een menschenleeftijd geleden niemand aan had gedacht?

Toen Napoleon zijn groote plannen in het Oosten had opgegeven,

had Engeland alleen met de Indische rijken te rekenen gehad. Na

langer of korter tegenstand waren deze een voor een onder het Engelsch

gezag geraakt. De massa der bevolking had zich daar meestal wel bij

bevonden. Want de meeste vorsten, die of gedwongen waren Engelands

souvereiniteit te erkennen en Engelands toezicht te dulden, of hun

land aan Engeland hadden moeten afstaau, waren door geweld meester

in hun gebied geworden en hadden elkander steeds de afgescheurde

stukken van het groote Mongoleurijk van Delhi betwist. Engelands

heerschappij bracht in ieder geval vrede en orde en niet zelden ook

"rootere welvaart en rechtszekerheid mede. Van de zijde van de massa

..i

der bevolking was dan ook nimmer tegenstand te duchten, tenzij haar godsdienstige begrippen ernstig gekwetst werden.

Maar in dieuzelfden tijd was Rusland opnieuw begonnen zijn gezag en invloed zuidoostwaarts uit te breiden. Met name werd Perzië daar zoodanig aan onderworpen, dat in die dagen elke onderneming, door dat rijk beproefd, als een Russische kon worden aangezien. Wel is waar was t zeer de vraag of Rusland, bij den ontzaglijken afstand tusschen de kern van het rijk en de Centraal-Aziatische landen, in

Sluiten