Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rusland. Economische toestanden.

van denzelfden staat. Natuurlijk werden enkele gedeelten eenigszins anders geregeerd, maar bij de almacht der keizerlijke regeering en de volstrekte onderwerping der geheele bevolking, waren er geen lieerschende en geen onderworpen rassen, zooals in de koloniën der audere staten.

Europeesch Rusland behoorde in de eerste helft der negentiende eeuw tot de streken, waar Europa het grootste gedeelte van het koren uit trok, dat het meer noodig had dan het voortbracht. Dat kwam uit de vruchtbare streken in het midden, uit het land der zoogenaamde zwarte aarde, en uit de sinds het begin der eeuw ontgonnen streken in het zuiden. Het noorden daarentegen was nog geheel met bosch bedekt, en voor geen ander voortbrengsel geschikt, evenmin als het steppenland van het zuidoosten. Natuurlijk waren in deze deelen maar zeer enkele steden, middelpunten der regeering zoowel als van wat daar van Europeesche beschaving was te vinden. Maar ook in het midden had het laud altijd zoozeer het karakter van een landbouwland gedragen, dat slechts zeer enkele steden een groote beteekenis hadden verworven. Moskow in de eerste plaats, dat onder de Mongolen-heerschappij aan Kieff zijn oude heerschappij had ontnomen. Het laatst bleef altoos nog de heilige stad, de hoofdstad der Klein-Russen. Heide waren natuurlijke middelpunten. Sint Petersburg daarentegen, sedert Peter den Groote de hoofdstad van den staat, dankte zijn bestaan slechts aan de willekeur eener regeering, die in onmiddellijke gemeenschap wilde wezen met de zee, en daardoor met Europa.

Bij de ontzettende afstanden en schrale bevolking ontbrak het van zelf aan goede wegen. Staat noch volk was rijk genoeg om die aan te leggen en te onderhouden, en het klimaat maakte ze in den zomer dikwijls even bezwaarlijk als in den winter. En dit gemis werd door niets vergoed. De winter belette gedurende de grootste helft van het jaar de gemeenschap te water, die bij enkele rivieren nog door andere natuurlijke beletselen, zooals de bekende stroomversnellingen van den Dnjepr, werd belemmerd. Voor geen land in Europa was dan ook de behoefte aan spoorwegen grooter. Maar die ontbraken in die dagen nog bijna geheel.

Zooveel wij vertrouwen kunnen op statistieke gegevens, die aan alle controle ontsnappen, mogen wij aannemen, dat geheel Europeesch Rusland in 1838 ruim 50 millioen zielen telde, uitermate ongelijk verdeeld over de ontzaglijke ruimte. Slechts een dertiende der be-

Sluiten