Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volking woonde in de steden, de overige woonde voor ongeveer twee vijfden, de zoogenaamde kroonboeren, op de staatsdomeinen, voor drie vijfden op de landen welke vooral den adel, die bijna een millioen zielen telde, toebehoorden. De geestelijkheid maakte bijna een percent der bevolking uit. In het zuiden waren twee millioen kozakken aan een geheel afzonderlijk bestuur onderworpen, terwijl ongeveer een millioen vrije handwerkslieden en fabriekarbeiders nevens de lijfeigene boeren het land bevolkteu, en anderhalf millioen joden, vooral in de vroegere Poolsche, Klein-Russische landen van het westen, een geheel afzonderlijke klasse vormden. Zelfs in de dichtstbevolkte streken, die van het midden, liet hart van het zoogenaamde GrootRusland, het land der noordelijke Slaven, was liet bevolkingscijfer gering, vergeleken met dat der Europeesche landen; in het noorden was het zoo zwak, dat alleen daarom reeds van geen behoorlijke cultuur sprake kon zijn; in het oosten, in de Wolgalanden en aan de Kaspische zee, was het niet veel sterker. Zoo was het al geweest, zoolang er een geschiedenis van die landen bestaan heeft, want het was het natuurlijke gevolg van de ligging van liet land. Maar ook in het Klein-Russische zuiden en zuidwesten, zelfs in het vroegere Littauwsche westen waren aanzienlijke gouvernementen (provinciën zoo groot als koninkrijken, waarin het land al sinds Peter den Groote verdeeld was), in geen beter toestand. Daar was het de schuld van het geringe ontwikkelend vermogen der regeering. Eerst hadden er de Littauwsche vorsten geheerscht en daarna had de Poolsche heerschappij het land overgeleverd aan de magnaten, die hier zoo min als in het eigenlijke Polen iets voor land eu volk gedaan hadden.

Bij de verdeeling van Polen onder Russisch gezag gekomen, was er niet veel meer voor gedaan, zoodat Napoleon op zijn tocht dezelfde toestanden aantrof als een eeuw vroeger Karei XIL. Beiden hadden dan ook hun plannen zien schipbreuk lijden op liet gemis aan mensclien en hulpmiddelen, en hadden hun legers zien verloren gaan in de wildernis, die zij waren binnengetrokken.

Maar ook in de overige streken van liet groote rijk was de ontwikkeling zoo gering, dat elke langdurige oorlogstoestand tot aanzienlijke vermindering der bevolking dreigde te leiden. Want bij het bijna volslagen gemis aan immigratie, hing de toeneming der bevolking alleen af van het getal der geboorten, en veroorzaakte dien ten gevolge het onttrekken van een aanzienlijk deel der jongelieden aan het huwelijk

Sluiten