Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ambtenaren der regeering. Dat was nog een overblijfsel uit den vroegeren tijd, een herinnering aan den vroegeren, meer of min Aziatischeu toestand van de dagen der Mongolen-heerschappij en daarna. Daarentegen was het leven der hoogere standen, en ook dat der ambtenaren en officieren, in vele opzichten Europeesch. Daardoor verplicht tot grooter uitgaven dan zij veelal konden bestrijden uit de niet te ruime bezoldigingen, werden dezen van zelf verlokt tot misbruik van hun positie ten eigen bate. Omkoopbaarheid en oneerlijkheid waren onder die klasse algemeen. De staatskas werd haast nergens zoo gruwelijk bestolen. De zorgeloosheid, die een der kenmerken van het Slavische volkskarakter is, werkte dat sterk in de hand. De meeste ambtenaren maakten het zich zoo gemakkelijk mogelijk eu vonden met de niet minder aan het volk eigen goedmoedigheid het niet meer dan natuurlijk dat ook anderen evenzoo deden. Dit maakte alle werkelijke controle onmogelijk.

De staat was als een groot veld van exploitatie voor de ambtenaren, hooge en lage. De keizer moest al een zeer krachtige persoonlijkheid zijn, wanneer hij het plichtgevoel bij de dienaren, die allen persoonlijk in zijn dienst stonden, onverschillig of zij hof-, krijgs- of staatsdienst vervulden, wist wakker te houden. Hij kon het bijna nimmer verder brengen dan tot een doen bewaren van den schijn.

Dat was reeds het geval geweest onder Oatharina II, de eerste heerscher die het werk van Peter binnen- en buitenslands weder in diens geest had opgevat en voortgezet. En van toen af was het bewaren van den schijn van Europeesch te wezen als liet ware een traditie in Rusland geworden. De staat en alles wat er toe behoorde, de keizer, het hof, de hoofdstad, het leger en de vloot, de organisatie der staatslichamen, droeg een Europeesch voorkomen. Onder Alexander 1 en Nicolaas was liet alsof al wat echt Russisch was door regeering en hoogere standen als barbaarsch werd beschouwd. Er werd iu de laatste zelfs meestal geen Russisch gesproken; de opvoeding, de levenswijze waren er Europeesch, soms Duitsch getint, maar vooral Fransch. Tegenover den vreemdeling werd gaarne de schijn aangenomen alsof men slechts om der wille van het volk, dat nu eenmaal van zijn gewoonten ni"t was af te brengen, de heerschappij der orthodoxe kerk handhaafde. Trouwens, onder Nicolaas bestond werkelijk groote verdraagzaamheid. De protestanten en zelfs de roomsch-katholieken, zoo zij althans geeu propaganda maakten, werden nimmer gehinderd of

Sluiten