Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naire Frankrijk. Alleen bestond nog op vele plaatsen zooveel herinnering aan de vroegere zelfstandigheid, dat zij zoo nu en dan als leus voor politieke doeleinden kon dienen. Maar er was één uitzondering.

In het noorden van Spanje, waar de keten der Pyreneeën zich verbindt met het Cantabrische gebergte, dat de noordkust omzoomt, woonde het volk der Basken, dat niet alleen zijn nationale eigenaardigheden, maar ook zijn oude nationale instellingen had behouden, hoewel het sinds lang deel uitmaakte van de Spaansche monarchie. Het land was als een stuk Middeleeuwen, midden in de moderne wereld. Hartstochtelijk gehecht aan alles wat nationaal was, zooals alleen bergbewoners dat kunnen zijn, waren de Basken onkreukbaar trouw aan Spanje en aan de dynastie. Dat hadden zij nog kortgeleden bewezen in den strijd tegen Frankrijk. Maar wederkeerig eischten zij dat Spanje hun nationale eigenaardigheden, hun zelfstandig volksbestaan, dat daarmede ten nauwste samenhing, zou eerbiedigen. Tegenover den vreemdeling Spanjaarden, waren zij tegenover de Spanjaarden Basken. Tot nog toe had de Spaansche regeering hun voor haar en voor Spanje volstrekt onschadelijke zelfstandigheid geeerbiedigd. Maar de liberale doctrinairen, die de constitutie van 1S12 hadden opgesteld, meenden niet te mogen dulden dat er binnen de grenzen van het koninkrijk een volk zou wezen, dat niet Spaansch was als alle andere Spanjaarden. Doch hun constitutie had te kort bestaan, om te kunnen worden toegepast; de zelfstandigheid der Basken bleef onaangetast; Ferdinand, die waar hij kon het oude herstelde, liet ze natuurlijk ongemoeid, en in de verwarring van het revolutietijdperk na 1820 was er ook nog niet ernstig de hand aan geslagen. Maar de Basken vreesden niet ten onrechte dat het anders zou worden, als de liberalen het bewind voor goed in handen kregen. Don Carlos en zijn aanhangers daarentegen hadden er niet liet minste belang bij hun privilegiën aan te tasten en, al had hij het belang gehad, de macht ontbrak hem. Vandaar dat, toen de strijd om de successie uitbrak, de drie oude Baskische provinciën van Castilië, de zoogenaamde'koninkrijken Alava, Vizcaya en Guispuzcoa, evenals het koninkrijk Navarra als een man partij kozen voor den reactionnairen pretendent. En als echte onverdraagzame, van alle transacties afkeerige Spanjaarden, deden de liberalen niets om hen te winnen, maar spanden alle krachten in om hen te dwingen.

Toen zag Europa het wonderlijke schouwspel, dat een zaak, die

Sluiten