Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60 millioen francs. Niettegenstaande het verzet, waar ik zoo even van sprak, werd de koop doorgezet en Amerika meester van het geheele continent bezuiden Cauada en de Hudsonsbaailanden, op de enkele bezittingen na, welke Spanje er nog had. Het nieuw verkregen land werd op denzelfden voet als vroeger het oostelijk deel van Louisiana tot gemeenschappelijk eigendom der Yereenigde Staten verklaard. Reeds in 1812, nog geen tien jaren na de overdracht, werd er reeds het zuidelijkste deel, de oude, door Laws Mississippi-coinpagnie gestichte kolonie om Nieuw-Orleans, van afgescheiden en als de staat Louisiana in de Unie opgenomen.

In dien tijd was van liet oude gemeenschappelijk land het noordelijk stuk reeds afgezonderd geworden en in den voorloopigen toestand van territoriën gebracht. Een van deze, het land aan den rechteroever van den Ohio, werd onder dien naam reeds in 1803 als staat opgenomen: het overige was toen al zoo bevolkt, dat het in drie territoriën, met zelfregeering, maar onder toezicht van de Unie, werd verdeeld. Twee daarvan zijn niet lang na de opname van Louisiana, als de staten Tndiana en Illinois, tot de. Unie toegelaten; alleen het noordelijkste, dat om het groote Michigan-meer lag, bleef nog langen tijd territorium.

Met het zuidelijke deel van het oude gemeenschappelijk bezit, dat door Kentucky van de noordelijke helft gescheiden en waar reeds de staat Tennessee gevormd was, had iets later hetzelfde plaats. Daar ontstonden de staten Mississippi en Alabama.

Toen was, het verre noorden uitgezonderd, het geheele oude gemeenschappelijk bezit verdeeld. Maar de stroom der kolonisatie hield niet op naar liet westen te vloeien en begon zich al uit te storten over het in 1803 verkregen land aan de overzijde van den Mississippi. Het eerst het gebied langs den benedenloop van den Missouri, waarvoor al in 1820 toelating als staat werd gevraagd en, nadat het noordelijk gebied van Massacliussets, onder den naam van Maine, tot afzonderlijken staat was verheven, ook verkregen.

Die aanvrage gaf aanleiding tot een crisis, welke bewees hoe diep het vraagstuk der slavernij ingreep in het geheele bestaan der Unie. Die crisis is toen bezworen geworden door een compromis, dat meer dan een menschengeslacht lang de uitbarsting, welke reeds toen gevreesd werd, heeft vertraagd, maar, zooals al dergelijke compromissen, niet voor altoos heeft kunnen gelden. Het jaar 1820 is daarom een der

Sluiten