Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke over met nog geen 7 millioen vrijen en ruim 3 millioen slaven De laatsten waren in de eigenlijke plantagestaten steeds sterker toegenomen dan de vrijen en vormden in enkele zelfs de meerderheid. Daarentegen was in de meeste westelijke slavenstaten hun getal niet aanzienlijk vermeerderd en bezaten daar de blanken verreweg de meerderheid. Dat was zelfs in Texas het geval, waar de slaven wel verdriedubbeld waren, maar de 12,000 vrijen van 1844 in 1850 tot 168,000 waren vermeerderd, zoodat er, in plaats van de vroegere verhouding van 2 slaven op 1 vrije, thans bijna 3 vrijen op 1 slaaf kwamen. De eigenlijke slavenstaten, waar het plantagestelsel de gewone vorm van landbouw was, lagen in een lijn langs de oost- en zuidkust; hoe tropischer het land was, des te meer werd het uitsluitend door slavenarbeid bebouwd. Evenwel had dit geen invloed op den ijver, waarmede in de verschillende staten de «bijzondere instelling", zooals men de slavernij placht te noemen, werd voorgestaan. In het geheele zuiden was de gansche blanke bevolking hoe langer hoe meer overtuigd van haar recht de negers in slavernij te houden; het was niet het egoïsme alleen dat de zuidelijken aandreef, maar een op rassenhaat, of liever op een gevoel van de meerderheid van den blanke tegenover den neger gegrond rechtsgevoel. Het steeds toenemende verzet der noordelijken tegen de rechtmatigheid van dat rechtsgevoel beschouwden de mannen van het zuiden, onverschillig of zij zelf slaven hielden of van den slavenarbeid vruchten trokken, als een onduldbaar streven tot inbreuk maken op hun recht. Zij namen alle middelen te baat om hun tegenstanders te dwingen zich naar hun gevoelen te schikken.

In het noorden daarentegen was de slavernij bijna geheel verdwenen. In 1840 waren er maar 4 staten waar in het geheel geen slaven gevonden werden; in 1850 daarentegen 14. New-Jersey was de eenige uitzondering, en daar was het getal op een vierde van dat van 1840 gedaald. In de vijf territoriën bevond zich geen enkele slaaf meer.

De verschillen werden hoe langer hoe sterker; de meerderheid van het noorden in het congres werd hoe langer hoe grooter, te meer daar thans in den senaat, waar iedere staat twee leden telde, de getallen gelijk stonden. Alleen doordat de heerschende democratische partij zich enkel door den bijstand van het zuiden staande hield, bleef het laatste de leiding in handen houden. In het zuiden werd dat wel ingezien, en overtuigd als zij waren dat die toestand op den

12

Sluiten