Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verschil tus

scben den Noord-en der SpaanschAmerikaanschen onafhankelijkheidsoorlog. Bezwaren vai den laatsten

Maar de vrede van 1795 en het verbond van 1796 deden die hoop vervliegen en de patriotten sloegen het oog van nu af aan op Engeland.

Toen brak, in 1808, met de Fransche overheersching en den daartegen begonnen volkskrijg, de omwenteling in Spanje zelf uit. Het Spaansche volk toonde zelf aan de koloniën , wat men voor nationale vrijheid over kan hebben. Het gevolg bleef niet uit. Geheel SpaanschAmerika kwam in beweging.

Maar heel anders dan in Noord-Ainerika, was het geen opstand van alle koloniën te zamen, maar van ieder afzonderlijk. Voor samenwerking en nog minder voor de vorming van een, zij het dan ook federatieven staat, was hier geen gelegenheid; dat belette reeds de geographische gesteldheid, die heel anders was dan in de Noord-Ame1 rikaansche koloniën. Deze lagen in een wel lange, maar toch gesloten lijn langs de kust; ter zee vooral was de onderlinge gemeenschap gemakkelijk. De Spaansche daarentegen lagen wijd uiteen over een ontzaglijke oppervlakte. Nieuw-Spanje, zooals Mexico toen heette, was een land op zich zelf, vrij wat grooter in omvang dan het tijdens den vrijheidsoorlog door de kolonisteu bewoonde gebied der Vereenigde Staten. Rechtstreeksche gemeenschap bezat het met geen der andere koloniën, behalve met die in Midden-Amerika , die veel te weinig ontwikkeld waren, om als middelpunt van verkeer tusscheu de noordelijke en zuidelijke koloniën te kunnen dienen, üat verkeer was daarenboven door de Spaansche regeering op alle mogelijke wijzen belemmerd. Zij had steeds den ouderlingen handel der koloniën zooveel mogelijk verhinderd en streefde er naar om deze uitsluitend van het moederland afhankelijk te houden en ze te dwingen daaruit alle benoodigdheden te betrekken, die zij anders met elkander hadden kunnen ruilen. Vandaar dat er tusschen de aan de westkust van ZuidAmerika gelegen koloniën en Midden-Amerika weinig verkeer bestond, en tusschen het laatste en Venezuela, dat, na lang onder den naam van Tierralirma zelfstandig te zijn geweest, toen met Nieuw-Granada tot één onderkoningschap vereenigd was, slechts zoolang als de MiddenAmerikaansche havens de eenige uitvoerhavens waren. Dat had in de 18(lr eeuw opgehouden, en van toen af was het noordelijk deel der Zuid-Amerikaansche koloniën vrijwel geïsoleerd. Nog meer was dat het geval met de landen aan de oostkust, bezuiden Brazilië. Daar was het La Plata-gebied, het tegenwoordige Argentinië, in 1780 van

Sluiten