Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ongelukkig had de verdeeling van het land onder de veroveraars, van welke den aanzienlijksten soms bijna geheele provinciën werden toebedeeld, op den duur zeer nadeelig gewerkt en was het lot der landbevolking, Indianen en halfbloeden, niet veel beter dan dat der slaven in andere koloniën. Door allerlei redenen verloor een goed gedeelte feitelijk zijn vrijheid geheel en al en kwamen de vruchten van hun arbeid bijna alleen aan de kroon en aan de groote grondbezitters ten goede, onder welke de talrijke kerken en kloosters een eerste plaats innamen.

Voor de ontwikkeling der Indianen was eigenlijk sedert de verovering niets gedaan dan dat zij tot het Christendom waren bekeerd. Maar het waren slechts de uiterlijke vormen die waren aangenomen ; de christelijke begrippen hadden maar zeer weinig ingang gevonden, en de lagere geestelijkheid, die voor een gedeelte zelf van gemengd ras was, bezat noch de materieele, noch de moreele middelen om mede te werken tot ontwikkeling der aan haar zorg toevertrouwde bevolking. Integendeel, zij verkeerde in een toestand van armoede, welke haar eerder deed afdalen tot hetzelfde peil. De Spaansche regeering, angstvallig bedacht op de handhaving van haar onbeperkt gezag en van het uitsluitend genot van de vruchten van het land, deed niets om de lagere klassen te beschermen tegen den druk der dorps- en districtshoofden en der grondbezitters, aan wie zij in dit opzicht evenzeer de vrije hand liet als zij ze van alle aandeel in het gezag verwijderd hield.

Dezen, en in het algemeen alle blanken, of die daarmede gelijk heetten te staan, waren verstoken van elke vrijheid en werden dikwijls getiranniseerd door de Spaansche beambten , maar stelden zich schadeloos door op hun beurt de lagere klassen te verdrukken. Zoo waren in Mexico opstanden in de achttiende eeuw wel niet zoo heel zeldzaam, maar meestal waren deze betrekkelijk gemakkelijk onderdrukt geworden, daar zij steeds uitgingen van de lagere klassen en de regeering steun vond bij allen die iets te verliezen hadden. Evenwel bestond reeds in de dagen van den Noord-Amerikaanschen vrijheidsoorlog in Mexico geen minder algemeene ontevredenheid dan in de overige koloniën en waren ook de creolen, zoowel de grondbezitters als de ontwikkelde klassen in de steden, de rechtsgeleerden en andere gestudeerden, de rijke kooplieden en dergelijken, ongeduldig over de wijze waarop de Spaansche regeering hen onder gezag en toezicht hield.

Sluiten