Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide landen, hoewel nog geen van beide geheel van de Spanjaarden bevrijd was, tot een republiek vereenigde, die hij met den naam Columbia doopte en bestemde om zoo al niet geheel dan tocli het grootste deel van het continent te omvatten. Ben tijdlang scheen het werkelijk alsof die lieveliugswenseli van den «Bevrijder" vervuld en niet alleen het weldra Ecuador herdoopte Quito, maar ook Opper-Peru en zelfs het eens als hoofdland geldende Peru in die republiek opgenomen zouden worden. Dan zou er een Latijnsche tegenhanger zijn ontstaan der groote Germaansche republiek van het noordelijk vasteland. Misschien zouden zelfs alle Spaansche landen van het werelddeel zich op den duur daarbij hebben aangesloten. Waarschijnlijk heeft Bolivar dat gehoopt. Maar zijn werk hield geen stand. Niet zoozeer wegens den tegenstand van de groote republiek aan de La Plata, die al vroeger vergeefs beproefd had Opper-Peru en Peru aan haar invloed te onderwerpen en daarom Bolivar den triomf niet gunde, maar vooral om den naijver der andere revolutionnaire leiders en het sterke gevoel van zelfstandigheid der groote provinciale centra en hun invloed op hun onmiddellijk gebied. Bij alle onbetwistbare groote gaven was Bolivar tegen dergelijke bezwaren niet opgewassen. Trouwens het is de vraag of iemand, zelfs een Washington of een Napoleon dat zou geweest zijn. Maar het was toch een tragisch einde. Bolivars geheele werk ging te niet. Zelfs de vereeniging van Nieuw-Granada en Venezuela en de naam Columbia bleven niet bestaan. Eerst in veel later jaren heeft Nieuw-Granada dien laatsten weder aangeuomen. Eigenlijk was Bolivar's plan nimmer geheel verwezenlijkt geworden, want formeel had de tot 1831 in stand gebleven groote republiek slechts de beide noordelijke staten, met Panama en het nog noordelijker in Midden-Amerika gelegen Veragua, en Quito omvat. Peru had nimmer zich aan de vereeniging willen onderwerpen en Opper-Peru had wel ter eere van den bevrijder den naam Bolivia aangenomen, maar tot een nauwe vereeniging toetreden, had het ook niet gewild. Zoo is er nimmer een groote Latijnsche federatie tot stand kunnen komen.

Aan het einde van den vrijheidsoorlog had bij de bevolking van noorde- "i lijk Zuid-Amerika, even als bij die van Mexico, de verdeeldheid door rassenof klassenhaat geheel opgehouden te bestaan, en tusschen de bewoners van de bergstreken en hoogvlakten, van de kustlanden en de groote vlakten aan de rivieren bestond er evenmin verschil. Want de vermenging der rassen had er overal plaats gehad; natuurlijk was aan de kust en in

toestanden na den vry• heldsoorlog

Sluiten