Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan politieke rechten, levend onder het onmiddellijk gezag der Spanjaarden en gewoon zich te buigen voor een sterk conservatieve geestelijkheid, bleven veel langer het Spaansche juk dragen. Te meer was het den voorstanders der onafhankelijkheid moeilijk invloed te krijgen, omdat de Spaansche regeering alle krachten inspande om zich in dit centrum harer macht te handhaven. Zoo moesten zij afwachten tot bijstand van buiten kwam, en dat was eerst mogelijk na de Spaansche omwenteling van 1820 en de geheele bevrijding der naburige landen. Toen, in 1821, gelukte het aan San Martin, die reeds van uit La Plata Chili had bevrijd, de Spanjaarden te verdrijven en in Lima de onafhankelijkheid af te kondigen. Maar het gelukte hem niet die te handhaven, de Spanjaarden wonnen het land terug. Toen vatte Bolivar zelf van uit Columbia de bevrijding van Peru aan, en in November van 1824 werd bij Ayacucho het lot van Zuid-Amerika voor goed beslist, hoewel Lima's haven Callao nog twee jaren in Spaansche handen bleef. Eerst toen ook daalde Spaansche vlag was uedergehaald, was het vasteland vrij. Maar terstond vertoonden er zich dezelfde verschijnselen van gisting, die in de andere nieuwe republieken de Spaansche tijden soms als tijden van rust deden terug wenschen. De partij- of liever de partijhoofden-kamp begon zelfs nog eer de onafhankelijkheid voor goed was bevestigd, en de burgerstrijd teisterde het land nog meer dan de vrijheidsoorlog. Lima bleef echter een stad van groote beteekenis en een centrum van een verkeer, dat slechts op betere wegen wachtte om aanzienlijk te worden. Langzamerhand begon ook in Peru de Indianenbevolking zich te verheffen, evenals in het bijna geheel uit hoogland bestaande Bolivia, het oude Opper-Peru, waar de beroemde mijnen van Potosi in vroeger tijd het groote aantrekkingspunt der Spaansche goudzoekers was geweest, maar sedert lang haar beteekenis hadden verloren. Ook daar hadden Buenos-Ayres, de reeds toen betrekkelijk machtige staat van het zuidoosten, en Columbia gewedijverd om de Spaansche heerschappij omver te werpen, maar de veel gemakkelijker natuurlijke gemeenschap der westelijke landen had ten voordeele van het laatste beslist tegenover de aanspraken van het eerste, die berustten op de officieele vereeniging met de La Plata-lauden, welke in 1780 in de dagen van den grooten Indianen-opstand van Toepac Amaroe was uitgesproken. Het land had zich zelfs, na de bevrijding, naar Bolivar gaan noemen, maar tot een algemeeue vereeniging van alle Zuid-Ameri-

Sluiten