Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Italië en het buitenland.

Bewegingen in Lombardijs

zich te doen gevoelen. Reeds werden er enkele vrijheden verleend, enkele hervormingen ingevoerd, 't Was alsof ook daar de regeering begreep dat zij weldra voor de vraag zou worden gesteld: strijd tegen Oostenrijk en grondwettig bestuur of revolutie. En tegelijk schenen ook de onverzoenlijke ballingen, Mazzini en zijn aanhangers, in te zien, dat zij voorloopig daarmede genoegen moesten nemen.

Voor de Italianen, die de krachten van Oostenrijk kenden, was 't echter duidelijk dat dit niet genoeg was, dat men tegen den buiten landschen vijand buitenlandsche hulp noodig had. Van één mogendheid was die met zekerheid te verwachten. Lord Palmerstou trad overal voor de liberalen op, niet bet minst in Italië. Maar Engeland kon slechts zijdelings hulp bieden en daarenboven wogen bij Palmerston de nationale belangen veel minder dan de staatkundige en economische. En in geen geval zou hij den Europeeschen vrede willen bedreigd zien.

Veel meer kon Frankrijk voor Italië doen. Maar noch van Lodewijk Philips, noch van Guizot viel iets te hopen. Hoe langer hoe meer sloten zij zich bij Oostenrijk aan. En nog veel minder dan de Engelsche regeering wilde de Fransche den vrede in gevaar brengen. l)at alle Franschen, zonder ouderscheid, in de eenheid van Italië een gevaar voor Frankrijks invloed zagen, begrepen toen nog maar weinigen. De leiders der Italiaansche liberalen hoopten daarom op verandering in Frankrijk. Eerst als die had plaats gehad, durfden zij den strijd beginnen. Tot zoolang luisterden zij naar hun Engelsche vrienden, die hen tot geduld vermaanden, en hielden zij van hun zijde niet op het ongeduld hunner landgenooten zooveel mogelijk te betoomen.

Maar het eenmaal in beweging gebrachte volk liet zich niet zoo licht bedwingen. Steeds openlijker werd het verzet iu Lombardije en Venetië; alle klassen der bevolking vereenigden zich; de Oostenrijksche beambten en militairen waren er maatschappelijk in den ban gedaan. Alle pogingen der regeering om eenige toenadering te verkrijgen stieten af op den algemeenen afkeer, en evenzeer faalden alle maatregelen van dwang, alle pogingen, om door militair krachtsvertoon het verzet te doen ophouden. De opstand stond voor de deur. Maar dien te beginnen ongewapend, daarvoor deinsden de Lombarden terug. De »rook-tumulten" te Milaan (2 Januari 1848) en dergelijke demonstratiën in andere steden, vooral te Padua, gaven tot oproer en bloedstorting aanleiding, maar hadden geen verder gevolg, leder wist

Sluiten