Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het denkbeeld om het aan Polen ook door Duitschland begane onrecht te herstellen een lievelingsdenkbeeld geworden, en de Poolsche emigranten waren er niet minder dan in Frankrijk vereerd en vertroeteld. De radicalen en republikeinen gingen daarbij nog verder. Want hun was de vermoorde en verdeelde staat nog des te dierbaarder, omdat zij een republiek had geheeten, zij het ook een met een koning aan het hoofd. Welk een republiek werd niet gevraagd. De veroordeelden wegens deelneming aan de vele complotten en opstanden, die sedert 1831 in Posen en Galicië plaats hadden gehad, werden als slachtoffers der tirannieke Pruisische willekeur beschouwd. Hun vrijlating in Pruisen was een der eerste en meest populaire daden der in Maart aan het bewind gekomen liberalen geweest. De vrijgelatenen hadden zich gehaast naar Posen te gaan en zich daar bij den overal uitbarstenden opstand aan te sluiten. Die opstand baarde des te meer zorg, wegens de verhouding tot Rusland, maar hem snel te onderdrukken vermocht de regeering te minder, omdat de openbare meening den Polen zoo gunstig was en het gevaar der Duitsche inwoners der provincie niet zoo ernstig werd geacht. Er waren zelfs plannen gemaakt om aan de provincie, als een zelfstandig hertogdom, een eigen bestuur te geven, met eigen militaire macht. De overmoed der Polen, vooral der edelen en geestelijken, hun gewelddadigheid tegen de Duitschers, hun kwade trouw tegenover de vele concessiën, had echter de regeering tot krachtiger handelen gedwongen. De meest Duitsche deelen van het gewest en later ook de stad Posen en omstreken waren tot Duitsch boudsgebied verklaard en onttrokken aan de nieuwe inrichting. Toen barstte de opstand uit. Zijn bedwinging kostte veel bloed en ellende en bracht nieuwe bezwaren. De overal in Duitschland, waar maar een revolutionnaire beweging op til scheen, aanwezige Polen, werden een groot gevaar voor de orde; zij sloten zich altijd bij de radicalen aan, maar in den grond bleven zij allen Duitschers vijandig. Het verleden was niet weg te nemen. Thans was de toestand zoo, dat geen onrecht was goed te maken, zonder nieuw onrecht te begaan.

Veel erger en dreigender nog was de toestand in het noorden des lands. In Sleeswijk-Holstein was de crisis uitgebroken.

Weinige dagen na zijn troonsbestijging, op den 288,en Januari 1848, had Frederik YII verklaard een grondwet aan zijn volk te willen schenken. Boven de provinciale landdagen zou er een algemeene rijksdag zijn, die over belastingen, iinanciën, wetten en inwendig beheer

17

Slees wij kSolstein. De scheuring in den Deenachen staat.

Sluiten