Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerendiensten, welke elders overal gevraagd werd en welke hier als middel om de boeren te verzoenen kon dienen, dorst men niet te reppen, uit vrees, dat de boeren zelveu zich de vrijheid zouden verschaffen, zoodra zij van haar mogelijkheid vernamen.

Alleen in de steden werden volksvergaderingen gehouden en wenschen uitgesproken, wier verwezenlijking meestal met verwijzing naar de beloofde constitutie werd toegezegd.

In Boheme kwam de geheele bevolking, Tschechen en üuitschers nog broederlijk vereenigd, in beweging, maar de Tschechen waren het talrijkst en het beweeglijkst; de studenten, de kleine burgerij en de werklieden traden het meest op den voorgrond in de talrijke volksvergaderingen , die, na het te Praag bekend worden der Weener-revolutie, de meest uiteenloopende eischen stelden. In de deputaties, die namens «het Boheemsche volk" naar Weenen werden gezonden, om de regeering bekend te maken met de wenschen of liever de eischen der Prager democratie, waren ook bijna alleen Tschechen de sprekers en leiders; meestal menschen zonder ontwikkeling, die in andere omstandigheden kwalijk zouden zijn aangehoord, maar nu door de ministers te Weenen, die in voortdurenden angst verkeerden en die niet wisten hoe de staatsmachine te laten loopen, met eerbied bejegend werden.

Evenwel van die landen hing het lot van het huis Habsburg-Lotharingen en zijn staat niet af; eigenlijk niet eens van Oostenrijk en van Weenen. De beslissing lag in Hongarije.

De Rijksdag vergaderde te Pressburg, maar de werkelijke hoofdstad des lands was Pesth, of zooals de Hongaren reeds toen zeiden, Buda-Pesth, want de scheiding der beide steden was hun evenzeeT een ergernis als de naam Ofen.

Te Pesth waren twee middelpunten van het politieke leven; de zoogenaamde radicale club, waar allerlei jonge letterkundigen en juristen den toon aangaven, en de universiteit, of liever de studenten, onder wie, behalve de algemeene ontevredenheid over den dwang waaraan de universiteiten in Oostenrijk onderworpen waren, nog de kleinachting der Hongaarsche rechten groote verbittering had gewekt. Met elkander verbonden brachten beiden, uit den aard der zaak tot alle uitersten geneigd, de overige bevolking in hevige beweging, zoodra men iets had vernomen van wat te Weenen was gebeurd. Zoo geweldig werd deze beweging, dat niet alleen een aan den rijksdag ge-

De Hongaarsche omwenteling.

Sluiten