Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opstanc van Noord Italië.

rust maakte. Alleen de toestand in het Lombardisch-Venetiaansch koninkrijk gaf aanleiding tot vrees, dat Oostenrijk althans dit deel zijner lauden zou moeten opgeven. Want daar was zelfs een sterke legermacht onder beproefde aanvoerders, die sinds lang voorbereid waren op den strijd, niet bestand gebleken tegen den geweldigen storm, die bijna onmiddellijk na de Weener Maartdagen in Italië was opgestoken.

Want daar was eindelijk de leus gehoord: "Het oogenblik is gekomen", en op die leus was het geheele volk opgestaan Te Milaan had de oude veldmaarschalk Radetzky, nog een kloek soldaat, trots zijn meer dan 80 jaren, zelf zijn hoofdkwartier. Hij beschikte over een bezetting van 10,000 man, op welke hij rekenen kon. Hij wachtte op den opstand, zooals deze op de leus. Toch werd hij volslagen verrast, toen die uitbrak. Het bericht, dat te Weenen de keizer de censuur had afgeschaft en beloofd had in den zomer een centrale vergadering der standen zijner staten bijeen te roepen, dat in den avond van den 17den was aangekomen en den 18lle" was aangeplakt, bewees voldoende, dat daar een omwenteling had plaats gehad. Terstond vulden zich de straten, talrijke gewapenden vertoonden zich en bestormden het stadhuis en andere openbare gebouwen; de burgerlij ke gouverneur, Odonnel, werd overvallen en gevangengenomen, het oproer werd algemeen en weldra zoo goed als meester van de stad; toen werd van uit het kasteel en de kazernen tegelijk door de troepen een aanval gedaan, die onder geweldig bloedvergieten slechts gedeeltelijk slaagde. Drie dagen lang duurde de strijd. Radetzky had aan de garnizoenen der omliggende steden bevel gegeven zich bij hem te voegen, maar op de eerste berichten van wat te Milaan gebeurde, ontstond letterlijk in geheel Lombardije de opstand; de bruggeu werden vernield, de poorten der steden gebarricadeerd, zoodat slechts een gedeelte der troepen Milaan kon bereiken. Radetzky deed toen den 208ten de stad ontruimen, omsingelde haar en dreigde met een bombardement. Doch de Milaneezen en hun van overal uit Lombardije en Noord-Italië gekomen helpers lieten zich niet bang maken, en daar de veldmaarschalk ouder de bestaande omstandigheden niet weten kou wat te Weenen zou besloten worden, maar wist dat van het behoud zijner krijgsmacht in zekeren zin het lot van de monarchie kon afhangen en dat deze, bij den algemeenen opstand van het land en de waarschijnlijkheid van de tusschenkomst der aan de grenzen gereed staande Sardiniërs, werkelijk groot gevaar liep, besloot hij haar in veiligheid te brengen binnen

Sluiten