Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deii beroemden «vierhoek" aan den Mincio. Den 22st,'n Maart werd Milaan verlaten.

De Milaneezen waren niet in staat dit te beletten; zij waren begrijpelijkerwijs meer dan tevreden den vijand tot den aftocht te hebben gedwongen, want het spreekt vau zelf, dat zij zich den afloop van den strijd niet anders konden voorstellen dan als een overwinning vau hen zeiven. Evenmin slaagden de hier en daar beproefde pogingen om den terugtocht der Oostenrijkers op te honden; enkele steden moesten haar vermetelheid zwaar boeten. Een merkwaardig bewijs van de Oostenrijksche krijgstucht was zeker het feit, dat alleen drie Italiaansche bataljons te Cremoua zich met de opstandelingen verbroederden ; de overige uit Italianen bestaande korpsen, die rechtstreeks onder Radetzky's bevel stonden, bleven het vaandel getrouw, hoewel zij een aantal deserteurs verloren. Ook in het Venetiaansche, waar bijna tegelijkertijd de opstand uitbarstte, hield een gedeelte der Italianen den eed aan het vaandel. Wel verloren de Oostenrijkers in het geheel door desertie en de capitulatie van enkele garnizoenen een *0,000 tal manschappen, maar slechts een gering gedeelte van dezen voegde zich bij de opstandelingen. Evenwel niet zelden verlamde de afval der Italianen den tegenstand der bezettingen; met name had dat te Venetië plaats, waar de overheden weldra het hoofd verloren, toen den 19drn het oproer begon. De leiding had daar de advocaat Daniël Manin op zich genomen, een man vol van herinneringen aan de grootheid der republiek van Sint Marcus en vast besloten die zoo mogelijk te herstellen. Toen, na korten strijd, de weifelende Oostenrijksche overheden gecapituleerd hadden, trad hij aan het hoofd eener voorloopige regeering. Het arsenaal met ontzaglijke voorraden, eeuige oorlogsschepen, wier bemanning de Italiaansche vlag heesch, en een aanzienlijke kas vielen deze zonder veel tegenstand in handen, zoodat zij terstond met betrekkelijk groot gezag kon optreden.

Van de vestingen in het Lombardisch-Venetiaansch koninkrijk werden Mantua en Verona, waar de beweging ook reeds was uitgebroken, nog bijtijds door de aankomst van nieuwe troepen voor de Oostenrijksche regeering behouden. Evenzoo Peschiera en Legnano. Dat Verona, de eigenlijke sleutel der Oostenrijksche stelling, niet verloren ging, dankte men alleen aan de energie van den generaal D'Aspre, die eigenmachtig zijn hoofdkwartier Padua ontruimde en aan de revolutie overliet, om Verona te kunnen redden. Hij kwam nog juist bij tijds.

Sluiten